Terug naar overzicht

Tijdens het jaarlijkse seminar 'Dag van de Zorgondernemer' zijn er diverse vragen gesteld aan de IGJ. Op een aantal vragen komt de IGJ graag schriftelijk terug met de volgende antwoorden:

1. In de zaal werd een discussie gevoerd over de inzet van niveau 2 (helpende) en bevoegdheid om medicatie te mogen beheren, delen en aanreiken. Vanuit kwaliteitsoogpunt werd gedeeld dat een zorgorganisatie dit niet moet willen, omdat de signalerende rol om andere kwalificaties vraagt. Hoe kijkt de inspectie naar de inzet van niveau 2 (helpende) en medicatie?

Het is de verantwoordelijkheid van de zorgmedewerker én van de zorgorganisatie om te beoordelen of de zorgmedewerker bekwaam en bevoegd is voor het toedienen van medicatie.  De zorgmedewerker moet dus aantoonbaar voldoende theoretische kennis hebben (dus bevoegd zijn) en de handelingen beheersen (dus bekwaam zijn). Voor de vraag wat dit betekent in de praktijk  kunnen de zorgmedewerker en de zorgorganisatie aan de hand van de “Leidraad Bekwaamheid bij medicatie geven in de langdurige zorg” de bekwaamheid beoordelen.

In de “Veilige principes in de medicatieketen” staat geformuleerd: “de organisatie is verantwoordelijk voor de bij- en nascholing die ertoe leidt dat medewerkers in voldoende mate deskundig zijn om het medicatiebeleid uit te voeren.”

De vraag of en op welke wijze een zorgmedewerker van niveau 2 medicatie mag toedienen, hangt dus af van de vraag of de betreffende persoon beschikt over de juiste kennis, vaardigheden en professionele houding.

De IGJ toetst hoe de zorgorganisatie ervoor zorgt dat veilige en goede zorg wordt geleverd. Ook kijkt de IGJ hoe de zorgorganisatie ervoor zorgt dat de medewerkers voldoende scholing en opleiding krijgen. 

2. Op welke wijze beoordeelt de Inspectie op dit moment de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen binnen kleinschalige setting die vaak geen BOPZ-erkenning hebben? Indien een organisatie al werkt in de geest van de nieuwe wet Zorg en Dwang, kan de situatie zich voordoen dat er bij een cliënt sprake is van onvrijwillige zorg (cf werkwijze nieuwe wet ingezet) terwijl de organisatie geen BOPZ-erkenning heeft en het volgens de huidige wetgeving dus niet mag. 

  • De IGJ houdt toezicht volgens de geldende wet- en regelgeving. Dit betekent dat tot de inwerkingtreding van de Wet zorg en dwang de Wet Bopz geldt.  De Wet Bopz is een opnamewet en kent geen ambulante gedwongen zorg. Ambulante dwang buiten een Bopz-aangemerkte locatie is dan ook niet toegestaan.
  • Als er vrijheidsbeperking plaatsvindt zonder verzet buiten een Bopz-aangemerkte locatie (er is dan geen sprake van dwang), dan geldt de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) en moet er goede zorg volgens de regels van de Wet Kwaliteit klachten en geschillen (Wkkgz) zorg gegeven worden.
  • De Wgbo biedt, in het geval er wel verzet van een wilsonbekwame cliënt tegen een behandeling buiten een Bopz-aangemerkte locatie wordt gegeven, de mogelijkheid om onder strikte voorwaarden behandeling onder dwang toe te passen om ernstig nadeel te voorkomen. Behandeling onder dwang op grond van de Wgbo mag nooit leiden tot vrijheidsbeneming en kan niet worden gebruikt om de Wet Bopz te omzeilen

3. Hoe kan de IGJ garanderen dat inspecteurs met dezelfde blik locaties beoordelen?

Inspecteurs worden continue geschoold en getraind. Om een norm te beoordelen worden zo veel als mogelijk meerdere bronnen gebruikt (triangulatie). De bezoeken worden met twee inspecteurs afgelegd om zo voldoende informatie te kunnen verzamelen en beoordelingen goed af te kunnen wegen. Om de consistentie met andere bezoeken te waarborgen vindt besluitvorming over de vervolgstappen in het team van inspecteurs plaats. Aan dit teamoverleg nemen ook inspecteurs deel, die niet mee zijn gegaan op toezichtbezoek. Indien inzet van handhavende maatregelen (mogelijk) aan de orde is, wordt het team uitgebreid met juristen. 

4. Kenniz signaleert dat er verschillen zijn in de relatie die zorgaanbieders met de IGJ hebben. Er zijn zorgaanbieders die het liefst zo min mogelijk contact hebben, omdat het idee is dat contact met de IGJ vooral tot aanmerkingen op de organisatie leidt. Andere zorgondernemers nemen juist pro-actief contact op en nodigen de IGJ uit om langs te komen. Wat is hierin het beleid van de IGJ ?

Het is aan de zorgaanbieder om binnen de wettelijke kaders zelf een houding ten opzichte van de inspectie te kiezen. Wij hebben hier geen beleid op. Wel zijn wij van mening dat een open en transparante houding bijdraagt aan goede zorg. Alleen door een dergelijke houding kan er ruimte zijn voor verbetering. Het gaat er de inspectie ook niet om instellingen af te rekenen op fouten. De inspectie werkt eraan de instellingen te ondersteunen in het nemen van maatregelen die de kwaliteit van zorg verbeteren. Ook in het incidententoezicht wordt met die bril naar een melding gekeken. ‘Wat kan de instelling leren van dit incident? Hoe gaat de instelling hier mee om? Reflecteert de instelling voldoende? Wat is de houding van de Raad van Bestuur?’ Dus; de inspectie stimuleert daar waar het kan. Maar zal ingrijpen daar waar de veilige zorg in het geding is.

 5. Welke meldingen zijn van belang voor (kleinere) zorgaanbieders en zijn van essentieel belang, zodat wij onze leden optimaal kunnen voorlichten.

Door het onderzoeken van calamiteiten en meldingen geweld in de zorgrelatie wordt de zorg verbeterd. Het gaat om het leren en verbeteren van de zorgaanbieder. Continue verbeteren is dan ook de norm. 'Een calamiteit, is een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt heeft geleid.' Dat wil zeggen dat er een zorgtekort is met letsel of overlijden.

Een calamiteit moet binnen drie werkdagen bij de inspectie worden gemeld. Als nog niet duidelijk is of er sprake is van een calamiteit dan heeft de zorgaanbieder 6 weken de tijd om te onderzoeken of een gebeurtenis een calamiteit is. Als gedurende dit onderzoek blijkt dat het gaat om een calamiteit, dan moet de zorgaanbieder dit binnen drie werkdagen na vaststelling daarvan aan ons melden. Is er na zes weken nog twijfel of de gebeurtenis een calamiteit was? Dan kan de zorgaanbieder het beste een melding doen bij de inspectie. Een mogelijke calamiteit kan ook direct aan ons gemeld worden. Bellen of mailen met de inspectie kan als volgt: meldpunt@igj.nl of 088-1205000.

Situaties waarbij sprake is van geweld binnen een zorgrelatie (waaronder seksueel misbruik) dienen verplicht gemeld te worden bij de inspectie:

  • Geweld van een zorgverlener jegens een cliënt.
  • Geweld van een ander persoon die werkt binnen of in opdracht van de zorginstelling jegens een cliënt.
  • Geweld tussen cliënten onderling als zij beiden minimaal een dagdeel in een zorginstelling verblijven.

Op de website IGJ staat meer informatie. Hier vindt u ook de Richtlijn Calamiteitenrapportage, de Richtlijn geweld in de zorgrelatie en informatie over het melden bij ontslag disfunctioneren

Heeft u naar aanleiding van deze antwoorden & vragen, aanvullende vragen of informatie nodig, neem gerust contact op met het secretariaat van KenniZ. 

Dit rapport is samengesteld door de adviseurs van de IGJ en KenniZ. 

 

ipad

Wil jij meer kennis voor jouw zorgonderneming?

Bekijk nog meer voordeel van KenniZ met het Premium Lidmaatschap en sluit je aan.

MEER INFORMATIE EN AANSLUITEN

De KenniZ coöperatie

logo kleemans

logo careportal

logo eldercare

logo aethon

logo westerveld en vossers

Schermafbeelding 2018 06 07 om 13.45.20 copy