Terug naar overzicht
Impact Wzd mag niet onderschat worden

De nieuwe Wet zorg en dwang, die in 2020 in werking treedt, kent een uniek wetstraject: het jaar vóór de invoering wordt er nog gewerkt aan de wet zelf en tegelijkertijd aan de implementatie ervan.

De Wzd heet voluit de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten. De wet is er voor de bescherming van hen die een verklaring hebben van een arts dat ze een dergelijke beperking of aandoening hebben, of al een indicatie hebben gekregen in het kader van de Wet langdurige zorg.

Eén essentieel verschil kenmerkt de nieuwe Wzd ten opzichte van de huidige Wet Bopz: de Wzd is persoonsvolgend daar waar de Wet Bopz een wet is die intramuraal van toepassing is. Dat betekent dat de Wzd onder bepaalde voorwaarden ook ambulant kan worden toegepast en dat is in principe een goed uitgangspunt. Mensen hebben recht op vrijheid, bescherming en goede kwaliteit van zorg ongeacht hun verblijfplaats en dus óók buiten de muren van de instelling. Een ander essentieel verschil is echter het onderscheid dat tussen doelgroepen wordt gemaakt. Was er eerst één wet voor dwangzorg, na dertien jaar worden dit er nu twee. Twee wetten die in principe over hetzelfde gaan, maar voor een andere groep mensen.

Gek genoeg is de rechtsbescherming bij mensen met dementie of een verstandelijke beperking minder goed geborgd dan bij mensen met een andere psychische stoornis. Zo wordt er alleen binnen de Wzd gesproken over een voorstel om de Wzd-arts te verbreden naar een Wzd-functionaris. Dit kan leiden tot inzet van dwangzorg zonder medisch toezicht en dus zonder uitsluiting van onderliggend (somatisch) lijden.

Elke arts krijgt met deze nieuwe wetten te maken

Ook zijn de benodigde competenties en kwaliteiten van de ‘zorgverantwoordelijke’ in de Wzd onduidelijk, terwijl die in de Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) goed gespecificeerd zijn. En er is onduidelijkheid over het ‘register voor Wzd-accomodaties’, wat meer een vrijwillige aanmelding is dan een toetsing. Dit heeft als nadeel dat er dus ook geen kwalitatieve, randvoorwaardelijke toetsing mogelijk is. Hierdoor kunnen problemen in kwaliteit ontstaan zoals we ook al zien bij de toetreding van kleinschalige woonvormen. En last but not least zijn er veel praktische uitwerkingen die verschillen en zijn er vragen hoe in de praktijk de scheiding is te maken tussen de Wvggz en de Wzd, ook omdat deze wetten deels dezelfde problematiek kennen.

Gelukkig trekken we samen met de KNMG op om te pleiten voor het waarborgen van de rechtsbescherming van iedere patiënt, ongeacht het onderliggend lijden. We pleitten zelf al lange tijd voor een, helaas nog steeds niet uitgevoerde, impactanalyse van de invoering van de beide wetten én, als het zover is, voor een gefaseerde invoering. Dat wil zeggen dat het de voorkeur heeft om de Wzd eerst intramuraal in te voeren en pas daarna de ambulante zorg.

Op dit moment is er nog onvoldoende besef dat elke arts met deze nieuwe wetten te maken krijgt en daarmee ook een rol kan of zou moeten hebben in de aanpassingen die nog gedaan kunnen worden. We denken dat het essentieel is dat de KNMG een belangrijke rol pakt op dit dossier, gezien de consequenties voor alle artsen en patiënten. Uiteraard willen we daarbij onze kennis en ervaring rond dwang en drang in de ouderenzorg met u delen.

Nienke Nieuwenhuizen, voorzitter Verenso

federatienieuws 4 - 2019 (pdf)

Bron: Medisch Contact

ipad

Wil jij meer kennis voor jouw zorgonderneming?

Bekijk nog meer voordeel van KenniZ met het Premium Lidmaatschap en sluit je aan.

MEER INFORMATIE EN AANSLUITEN

De KenniZ coöperatie

logo kleemans

logo careportal

logo eldercare

logo westerveld en vossers

Schermafbeelding 2018 06 07 om 13.45.20 copy