De onderbezetting in de zorg liet zich al tijdens de eerste golf in alle hevigheid zien, maar die onderbezetting dateert al van voor die tijd. Dit jaar is het er helaas niet beter op geworden. Er is sprake van een uitstroom. Daar komt nog eens bij dat medewerkers in de zorg zelf ziek werden, of werden vanwege besmettingen in hun omgeving gedwongen in quarantaine te gaan. Het verzuim in de zorg is onverminderd hoog. Minder beschikbaar personeel dus, tegenover meer werk. Oftewel: het werk wordt steeds intensiever. Je hebt meer mensen nodig, maar je hebt er minder.

Hoe los je dat op?

Het management in de zorg probeert dat uiteraard zo goed als mogelijk op te lossen. Personeel wordt soms op andere plekken ingezet, parttimers werken soms meer en andere medewerkers worden ingezet. Denk aan uitzendkrachten. Dan kan het echter wel gebeuren dat deze mensen niet goed bekend zijn met de organisatie, de werkwijze, het gebouw waar ze werken. En dan kan het voorkomen dat de betrokkenheid bij het werk minder groot is, omdat mensen bijna elke dag op een andere plek werken.

Hoger risico

Het is haast onvermijdelijk dat in een dergelijke situatie de kans op ongelukken toeneemt. Stel je voor dat je ineens op een afdeling moet werken met psychisch-geriatrische patiënten. Dan kan het voorkomen dat je een patiënt op een verkeerde manier benadert, simpelweg omdat je niet weet hoe deze meneer of mevrouw het beste benaderd kan worden. Zo’n patiënt kan boos worden en letsel veroorzaken. Of door de hoge werkdruk loop je sneller door de gangen en haastige spoed is nu eenmaal zelden goed. Snel werken zorgt voor meer fouten, hoewel we zien dat het bij het toedienen van medicijnen gelukkig zelden fout gaat. Maar letselschade komt wel degelijk vaker voor.

Voorkomen is beter dan genezen!

Let wel: er wordt goed op veiligheid gelet in de zorg. Maar deze zaken spelen op dit moment wel een rol en het is goed om daar alert op te zijn. Niet alleen letsel voor personeel, maar ook voor cliënten en patiënten. En voor hen moet letselschade wel gemeld worden. We gaan regelmatig met zorginstellingen in gesprek om te achterhalen waar veel letselschademeldingen zijn en hoe die zoveel mogelijk kunnen worden vermeden. Want de financiële gevolgen kunnen oplopen. En ook geldt: alles is te verzekeren, maar voorkomen is nog altijd beter!

Kleemans vervult de rol van Functionaris Gegevensbescherming voor verschillende zorginstellingen. De afgelopen periode zijn er weer een aantal vragen en datalekken behandeld.

Coronamaatregelen

Actueel zijn coronamaatregelen waarbij persoonsgegevens worden verwerkt. Vaak worden deze al ingezet voordat vooraf duidelijk is vastgesteld wat het doel, de grondslag en duur van de verwerking is. Vragen die aan bod zijn gekomen zijn o.a.

  • Toegangsregistratie bezoekers;
  • Temperatuur meten/registreren;
  • Coronatest door werkgever / zorginstelling;
  • Verwerken van persoonsgegevens in het kader van bron- en contactonderzoek;
  • Veilig beeldbellen.

Datalekken

Wat betreft datalekken zijn de meest voorkomende:

  • Mail met cliënt- /gezondheidsgegevens verstuurd naar verkeerde persoon (b.v. door “allen beantwoorden” gaat mail naar alle in de CC vermelde personen.
  • Post verstuurd naar verkeerde adres (b.v. in verkeerde envelop gedaan);
  • Verkeerde pagina meegestuurd per post (b.v. pagina van een andere brief uit stapel printjes).

Er is niet alleen sprake van een datalek wanneer inbreuk is gemaakt op de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens. Onbedoeld wijzigen, verloren gaan of niet meer toegankelijk zijn van persoonsgegevens kan ook een datalek opleveren.

Wilt u ook een FG inschakelen voor uw organisatie?

Wilt u weten hoe uw organisatie ervoor staat op het gebied van informatiebeveiliging en privacy?

Wilt u deelnemen aan een lerend netwerk op het gebied van informatiebeveiliging en privacy?

Neem contact op met onze experts van Kleemans!

De zorgsector zelf is ook ten prooi gevallen aan het coronavirus: ook hier is het ziekteverzuim hoog. En dat in een sector waar de werkdruk toch al hoog is. Door het hoge verzuim wordt de druk alleen maar hoger. Komt nog eens bij dat de uitstroom van personeel momenteel ook hoog is. Dat kun je met recht een uitdaging noemen. Hoe kun je als werkgever in de zorg blijven denken vanuit goed werkgeverschap en wat kun je preventief doen?

Het nieuwe welzijn

Barbara Kluth van Synthra ziet dat veel organisaties in de zorg nu daadwerkelijk gaan voelen dat er een nieuwe werkelijkheid is ontstaan. Hoewel de meest recente berichten over vaccins hoopvol zijn, zullen ook die niet direct zorgen voor verlichting van de werkdruk in de sector. “En dus moet je echt gaan nadenken over het voorkomen van problemen. Kijk eens naar je team. Is de rek er uit? Bij allemaal of bij een paar mensen? Hoe kun je daar goed beleid op voeren? Dus nadenken over het ‘nieuwe welzijn’ voor je medewerkers. Want we realiseren ons nu dat dit nog wel even duurt en dat je moet meebewegen.” Maar hoe doe je dat goed?

Werk-privébalans

Het nieuwe welzijn voor je medewerkers: “Ik denk dat er meer dan ooit aandacht moet zijn voor de balans in je team als geheel én voor de werk-privébalans van iedere individuele medewerker. Dat was altijd al zo, bijvoorbeeld omdat je te maken hebt met nachtdiensten”, vertelt Barbara. “Maar de impact van werken in de zorg op het privéleven van je medewerkers is nu nog groter.” Probeer als werkgever oog te hebben voor wat een individuele medewerker nodig heeft om in balans te blijven. Dat kun je doen door gesprekken te voeren waarin je deze segmenten aanstipt. Dus niet alleen kijken naar hoe iemand het op de werkvloer doet, maar ook naar de privésituatie. “De truc is om te zien of je daar tot op zekere hoogte rekening mee kan houden. Maar ik geef toe: dat is makkelijker gezegd dan gedaan.”

Andere verdeling

Zonder mensen te overvragen, kun je bepalen of de werk-privébalans van individuele mensen effect heeft op de balans in het team als geheel. Belangrijk is om die balansen in kaart te hebben, ook omdat je als werkgever je medewerkers kan helpen om grenzen te bewaken en te respecteren. “Dat kan leiden tot een andere verdeling van het werk, of dat iemand (tijdelijk) een andere rol inneemt”, aldus Barbara. “Dus start bij het goede gesprek en maak de balans op. Ja, mensen in de zorg worden al overvraagd en het werk is fysiek en mentaal zwaar. Maar door op deze manier ondersteuning te bieden en proactief te werken, kun je je mensen wat perspectief bieden.” En dat is zeker niet onbelangrijk.

In verband met de huidige coronamaatregelen worden de RIE workshops voorlopig digitaal via Teams aangeboden. Qua opzet veranderd er weinig, tijdens de digitale RIE in 1 dag workshop komen er nog steeds diverse organisaties van dezelfde sector samen en gedurende deze workshop vult men onder digitale begeleiding van een docent van Kleemans de RIE in.  

Aan het einde van de dag heeft u een volledig ingevulde risico-inventarisatie en evaluatie en kunt u direct aan de slag met het oppakken van de geconstateerde risico’s binnen uw organisatie. Een groot voordeel van de RIE in 1 dag workshop is met name de saamhorigheid tussen de organisaties omdat men veelal met dezelfde risico’s op de werkvloer te maken heeft. Dit geeft u op de dag van de workshop uiteraard ook mogelijkheden om eventuele risico’s te bespreken met de overige deelnemers en op deze manier van elkaar te leren.  

Om een kwalitatieve digitale workshop RIE in 1 dag te garanderen worden maximaal 8 deelnemers toegelaten. De eerstvolgende workshop zal plaatvinden op 10 december a.s.   

Heeft u eventuele vragen over de RIE in 1 dag digitale workshop of wilt u zich direct inschrijven? Klik dan op deze link.  

Afgelopen jaar is door de Brandweeracademie, de Veiligheidsregio Utrecht en Brandweer Nederland praktijkonderzoek gedaan naar rookverspreiding. Dit onderzoek vond plaats in een leegstaand woon-zorgcentrum in Oudewater. Hieromtrent is onlangs een onderzoeksrapport verschenen, waarin de resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd. In deze kennispublicatie wordt u bijgepraat over dit onderzoek, de conclusies die het onderzoek heeft opgeleverd en onze zienswijze hierop.

Dodelijke slachtoffers bij brand

Jaarlijks overlijden gemiddeld 43 personen in Nederland als gevolg van een woningbrand. Volgens de verwachting van de Brandweeracademie en de Nederlandse Brandwonden Stichting zal het aantal slachtoffers de komende jaren stijgen (o.a. als gevolg van de vergrijzing en het toenemend aantal zelfstandig wonende kwetsbare personen).

Als belangrijkste oorzaak voor het aantal slachtoffers wordt vanuit het onderzoek een snelle ontwikkeling en verspreiding van (toxische) rook benoemd. Vooral woongebouwen met inpandige gangen (besloten galerijen) kennen specifieke risico’s met betrekking tot vluchtveiligheid. Hier gaan wij onderstaand dieper op in.

Het Bouwbesluit 2012 bestaat uit regelgeving waar bouwwerken aan moeten voldoen. De, vanuit het Bouwbesluit 2012 geldende, brandveiligheidsvoorschriften voor dit type woongebouwen zijn hieronder beknopt samengevat:

  • Elke woning/elk appartement moet zijn uitgevoerd als afzonderlijk brandcompartiment. Dit impliceert dat elke woning/elk appartement rondom brandwerend is gescheiden t.o.v. een andere woning en een besloten gang (bv. galerij of corridor);
  • Toegangsdeuren van woningen/appartementen die grenzen aan de besloten gang behoeven in een bestaand woongebouw niet zelfsluitend te zijn (vanuit de nieuwbouweisen is dit sinds 1 juli 2020 wel vereist);
  • Woningen/appartementen in een nieuw te bouwen woongebouw (of bij functiewijziging naar een woongebouw) moeten voorzien zijn van rookmelders. Deze eis geldt vooralsnog niet voor een bestaande woonfunctie, echter is de overheid voornemens om dit ook voor bestaande woningen/appartementen verplicht te stellen (vanaf juli 2022);
  • Vanuit de huidige bouwregelgeving wordt geen rekening gehouden met (koude) rookverspreiding. Rookwerendheid wordt tot op heden gerelateerd aan de mate van brandwerendheid (gebaseerd op vlamdichtheid). Na ingang van de Omgevingswet en het onderliggende Besluit Bouwwerken Leefomgeving zullen aanvullende eisen worden gesteld om ook verspreiding van koude rook (rook van 20°C en rook van 200°C) te voorkomen.
     

Vanuit het onderzoek wordt geconcludeerd dat men name voor bestaande woongebouwen extra risico’s aanwezig zijn, gezien de minder strenge brandveiligheidsvoorschriften. Brafon stelt dan ook dat het voldoen aan de ‘bestaande bouwregelgeving’ kan resulteren in een onvoldoende niveau van (brand)veiligheid.  

Om de risico’s en gevolgen van rookverspreiding in een woongebouw met inpandige (besloten) gangen vast te stellen/te bepalen is een praktijkonderzoek uitgevoerd. De hoofdvraag welke tijdens het onderzoek centraal stond luidde: 
“Wat is het effect van rookverspreiding op de vlucht- en overlevingsmogelijkheden bij een brand in een woongebouw met inpandige gangen en hoe kan rookverspreiding beperkt worden?”

Deze opgestelde kennispublicatie gaat dieper in op de onderzoeksresultaten en tevens wordt de visie van Brafon uitgelegd. Het volledige onderzoeksrapport van het IFV is via deze link te vinden
 

Het onderzoek

Vanuit het onderzoek zijn in totaal 19 praktijkexperimenten aan de hand van 8 testvariaties in een woongebouw met inpandige gangen uitgevoerd. Hierbij is in verschillende testopstellingen een deel van een bank in een besloten ruimte aangestoken en is de rookverspreiding (horizontaal en verticaal) gemonitord. De verschillende testvariaties zijn hieronder opgenomen.
 

1

Deur open

5

Rookwerende scheiding en deur dicht

2

Deur dicht

6

Organische vuurlast en deur open

3

Mobiele watermist en deur open

7

Organische vuurlast en deur dicht

4

Mobiele watermist en deur dicht

8

Balkondeur open deur en deur open
(maximale ventilatie)

Tijdens het experiment is voor een drietal groepen onderzocht welke (combinatie van) maatregelen een positieve bijdrage leveren aan de vlucht- en overlevingsmogelijkheden van slachtoffers bij brand.

De doelgroepen vanuit het praktijkonderzoek zijn als volgt gedefinieerd:
 

  • Algemene groep           - Gemiddelde populatie
  • Kwetsbare groep          - Ouderen
  • Zeer kwetsbare groep   - Bedgebonden cliënten, mensen met een fysieke/mentale beperking
     

De condities die de vlucht- en overlevingsmogelijkheden van personen in geval van brand beïnvloeden zijn irriterende en verstikkende gassen, warmte en zicht. De brandcondities kunnen leiden tot belemmerende vluchtmogelijkheden, een levensbedreigende situatie of zelfs een fatale situatie (zie bovenstaande figuur).

Onderzoeksresultaten

Hieronder zijn de belangrijkste onderzoeksresultaten van het uitgevoerde onderzoek beknopt weergegeven.
 

1) Rookverspreiding gaat snel en is een onvoorspelbaar fenomeen. Rookverspreiding buiten de brandruimte is een standaard gegeven en zeker niet de uitzondering. Tijdens het onderzoek was er al na 2 minuten na het ontstaan van de brand sprake van rookverspreiding door kieren, naden en doorvoeren naar andere besloten ruimten in het gebouw.


2) Voor aanvang van de brandweerinzet heeft er tijdens alle testen rookverspreiding plaatsgevonden buiten de brandruimte. Geconcludeerd is dat dit als uitgangspositie voor de brandweerinzet dient te worden meegenomen.  

3) Voor de besloten gang (corridor) grenzend aan de woning waar de brand heerst is geconcludeerd dat de vluchtmogelijkheden voor de appartementen grenzend aan de gang direct na het openen van de deur van de brandruimte ernstig belemmerd worden doordat de gang zich binnen enkele seconden met rook vult.


4) Bewoners in de woningen die op dezelfde corridor uitkomen zitten vast in hun woning wanneer of nadat de deur van de brandruimte is geopend (geweest). Ook in deze overige woningen (waar geen brand is, kan een fatale situatie ontstaan door rook die de woningen binnenkomt.
 

5) Voor de rest van het gebouw blijkt het effect op de vlucht- en overlevingsmogelijkheden naar andere bouwdelen en verdiepingen in het uitgevoerde onderzoek beperkt te zijn. Dit betekent echter niet dat er geen sprake is van verspreiding van rook en koolstofmonoxide (CO) naar andere bouwdelen en verdiepingen. Er zijn CO-concentraties in deze bouwdelen vastgesteld welke bij langdurige blootstelling tot gezondheidsschade kunnen leiden.
 

6) Een inventaris van organisch materiaal in plaats van synthetisch materiaal (een bank met schuimvulling) blijkt de grootste beperking van de rookproductie en -verspreiding op te leveren. Belangrijk om op te merken is dat in Nederland geen en/of nauwwelijks regelgeving op gebied van brandveiligheid is omtrent inventaris.

Vijf conclusies

Op basis van de onderzoeksresultaten zijn vanuit het onderzoek de onderstaande conclusies aangaande beheers- en effectmaatregelen getrokken.

  1. Het sluiten van de deur van de brandruimte na het vluchten levert geen of nauwelijks verbetering op van de vluchtmogelijkheden. In de gang (corridor) is na het openen van de deur sprake van een belemmerde ontvluchting voor alle groepen.
  2. Het toepassen van een rookwerende scheiding (die zowel ‘warme rook’ als ‘koude rook’ zal weren) levert in vergelijking met het gesloten houden van de deur van de brandruimte niet of nauwelijks een verbetering van de vlucht- en overlevingsmogelijkheden op (gebaseerd op de testnorm)
  3. Een mobiele watermistinstallatie is een effectieve maatregel voor het verbeteren van de vlucht- en overlevingsmogelijkheden.
  4. Een effectmaatregel op zichzelf (zoals het sluiten van de deur van de brandruimte of een rookwerende scheiding) is niet voldoende om de vlucht- en overlevingsmogelijkheden van (zeer) kwetsbare groepen te verbeteren;
  5. De combinatie van het beperken van synthetisch materiaal in de inventaris en het sluiten van de deuren blijkt uit het onderzoek het meest effectief te zijn.

Op basis van de bovenstaande conclusies van het uitgevoerde praktijkonderzoek blijkt dat alleen een combinatie van bron- en effectmaatregelen effectief is in het verbeteren van de vlucht- en overlevingsmogelijkheden voor alle groepen.

Veelal wordt met het doorvoeren van een individuele maatregel vooral een verbetering voor de algemene groep bereikt, terwijl voor de (zeer) kwetsbare doelgroep de veiligheid maar weinig of niets verbeterd. Ook het doorvoeren van een combinatie van effectmaatregelen levert onvoldoende verbetering aangaande de vlucht- en overlevingsmogelijkheden.

In aanvulling op de individuele maatregelen is beoordeeld welke combinatie(s) van maatregelen de vlucht- en overlevingsmogelijkheden significant kunnen beïnvloeden. Op basis hiervan is een tweetal combinaties van bron- en effectmaatregelen naar voren gekomen welke voor alle groepen effectief blijken te zijn:
 

  1. Een inventaris van organisch materiaal i.c.m. een gesloten deur;
  2. Een mobiele watermistinstallatie i.c.m. een gesloten deur of een mobiele watermistinstallatie i.c.m. een rookwerende scheiding en een gesloten deur

Visie Brafon

Vanuit het publiekrecht worden voornamelijk effectreducerende brandveiligheidsvoorschriften voorschreven. Directe regelgeving omtrent het voorkomen van brand is nauwelijks opgenomen in de huidige bouwregelgeving. Uitgangspunt vanuit het Bouwbesluit is dat een brand kan ontstaan, echter de gevolgen (effecten) hiervan moeten beperkt worden.


Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat de toepassing van enkel effectreducerende maatregelen in beginsel niet leidt tot een acceptabel (rest-)risico (gebaseerd op een woongebouw met een besloten, gemeenschappelijke vluchtroute). Geconcludeerd kan worden dat het enkel voldoen aan wet- en regelgeving niet (altijd) resulteert in een brandveilig gebouw. Met name op het gebied van rookverspreiding in relatie tot vluchtveiligheid is er sprake van een discrepantie tussen het vanuit de bouwregelgeving resulterende niveau van brandveiligheid en het gewenste/benodigde niveau van brandveiligheid, afgestemd op de aanwezige risico’s. Er dient afhankelijk van het gebouw en de aanwezige doelgroep een risicogerichte brandveiligheidsbenadering te worden toegepast. Hierbij kunnen publicaties, handreiking en rapporten (zoals het beschreven onderzoeksrapport) gebruikt worden om te bepalen wanneer er sprake is van een acceptabel (rest)risico, afgestemd op de brand-, gebouw- en menskenmerken.

Deze integrale risicogerichte brandveiligheidsbenadering maakt onderdeel uit van Fire Safety Engineering en is verankerd in de visie van Brafon. Bij het opstellen van onder andere beleidsplannen en brandveiligheidsconcepten neemt Brafon altijd deze benadering tot zich en stemt het de te nemen voorzieningen af op de risico’s, zoals aanwezig in het betrokken vastgoed.

De HKZ-norm voor Kleine Organisaties uit 2010 is geactualiseerd. De norm is afgestemd op de laatste inzichten op het gebied van kwaliteitsdenken en is ontwikkeld met een expertgroep van kleine organisaties. De norm is inmiddels voorgelegd aan de Raad van Accreditatie en wordt naar verwachting eind dit jaar nog gepubliceerd. 


De concept norm heeft 4 hoofdstukken:

  • randvoorwaarden goede zorg
  • afspraken uitvoering zorg
  • de cliënt
  • leren en verbeteren.

Elk hoofdstuk bestaat uit thema’s die moeten worden uitgewerkt.

Om het organisaties werk uit handen te nemen heeft Kleemans een digitaal Handboek Zorg ontwikkeld. Dit handboek is toepasbaar voor onder andere het implementeren van HKZ voor Kleine Organisaties.

Wilt u meer weten over de mogelijkheden van het digitale Handboek Zorg? Neem contact op met onze experts van Kleemans!

In de hele maatschappij stijgt het aantal coronabesmettingen en ook in de verzorgings- en verpleeghuizen is die trend zichtbaar.

Niet alleen bewoners en cliënten

De stijging van de besmettingcijfers geldt niet alleen voor bewoners en cliënten, maar ook voor personeel. Volgens de publicatie ‘Arbeidsmarktprofiel van zorg en welzijn’, die het CBS op 29 september verspreidde, was het ziekteverzuim onder werknemers in zorg en welzijn in het tweede kwartaal van dit jaar 6,1 procent. Dat is het hoogste verzuimcijfer van alle tweede kwartalen na 2003. Bovendien is dit verzuimpercentage in geen enkele andere bedrijfstak zo hoog. Meer specifiek: in de verpleging, verzorging en thuiszorg liep het ziekteverzuim op tot 8,0 procent.

Hogere werkdruk

Personeel dat uitvalt: het zorgt voor een hogere werkdruk voor de mensen die achterblijven. Doordat veel zorgpersoneel vanaf de uitbraak van de eerste golf extra heeft gewerkt, is dat gevoel van werkdruk sowieso al hoger. Zorgorganisatie Actiz verwacht bovendien dat in de tweede golf meer mensen thuisblijven. Er wordt immers meer getest, mensen die in de zorg werken ervaren nog altijd een vermoeidheid en de samenleving verhoudt zich nu anders tot het virus dan in het voorjaar. Actiz verwacht vooral tekort aan zorgpersoneel in de functies verzorgenden IG en verpleegkundigen.

Uitstroom

De werkdruk wordt verder verhoogd door de grote uitstroom van personeel: zorgorganisaties geven aan dat ze te maken hebben met een uitstroom van 15 procent. Tel daar de krapte op de arbeidsmarkt bij op en het is duidelijk dat de tweede coronagolf om meerdere redenen met zorg tegemoet wordt getreden. Daarnaast wordt niet-medisch personeel soms op de verkeerde manier (maar noodgedwongen) ingezet. Dit alles heeft uiteraard de nodige impact op zorgorganisaties? Het is de vraag hoe je goed kunt zorgen voor continuïteit van zorg tijdens de tweede (en wellicht volgende) coronagolf.

Volgende blogs

Dat is bepaald geen makkelijke uitdaging. In onze volgende blogs proberen we aan de hand van best practices en tips uit de praktijk deze uitdaging aan te gaan. Vragen? Neem contact met ons op!

Graag vragen wij uw aandacht voor twee actuele en belangrijke onderwerpen.  

  1. Diefstal van Persoonlijke Beschermingsmiddelen en de continuïteit van uw zorgverlening

Door de coronapandemie is er wereldwijd een enorme vraag naar persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) ontstaan. Die vraag is zó groot, dat er sprake is van een structureel tekort. En het ziet er naar uit, dat deze schaarste nog wel een tijdje zal aanhouden.

Voor zorginstellingen is er sprake van een lastige situatie. Men moet veel moeite doen, en extra kosten maken, om voldoende pbm’s te bemachtigen. Vervolgens moeten eenmaal verworven voorraden worden opgeslagen, en daarna worden gedistribueerd over locaties en afdelingen.

Lastig, maar noodzakelijk. Het gaat immers om middelen die absoluut noodzakelijk zijn om de reguliere zorgverlening te kunnen blijven uitvoeren. Die absolute noodzaak maken de pbm’s eens te meer waardevol. Het risico op verlies van grote hoeveelheden pbm’s moet daarom zo klein mogelijk worden gemaakt.

Vooral het diefstalrisico is een reëel probleem. Helaas weten wij uit ervaring dat ook het dievengilde de ‘markt’ van kostbare pbm’s heeft ontdekt. Er zijn bij ons al diverse diefstallen van voorraden pbm’s bij zorginstellingen gemeld, waarbij de schade in één geval meer dan € 100.000,00 bedroeg. De financiële schade en de rompslomp is al erg genoeg, maar er ontstaat ook ernstige gevolgschade. Want het is maar zeer de vraag, of er a-la-minuut nieuwe beschermingsmiddelen te verkrijgen zijn. En is dat niet het geval (wat uiteraard aannemelijk is), dan komt de continuïteit van de zorgverlening direct in gevaar.

Als ook u te maken heeft met (grote) voorraden pbm’s, dan adviseren wij u het volgende:

-       spreid de voorraad zo veel mogelijk over verschillende locaties;

-       gebruik voor de opslag alleen (woon)locaties die 24-uur per dag bemand zijn;

-       dus geen opslag in gebouwen die buiten kantooruren onbemand zijn. Moet de opslag toch in dat soort gebouwen plaatsvinden, hou de voorraad dan zo klein mogelijk en zorg voor extra preventieve maatregelen zoals een inbraakalarm met doormelding, cameratoezicht en extra zwaar hang- en sluitwerk;

-       gebruik voor de opslag geen (houten) schuurtjes en containers;

-       hou ook rekening met andere schade-oorzaken zoals door brand of door water. Plaats de dozen met de pbm’s niet direct op de grond, maar altijd op vlonders of op pallets. 

Uiteraard kunt u te allen tijde met ons contact opnemen om uw specifieke situatie te bespreken.

  1. Voortzetting verzekeringsdekkingen ten behoeve van corona/covid-centra

Nu het aantal coronabesmettingen helaas weer sterk toeneemt, worden in diverse zorginstellingen ook de corona/covid-centra weer opgestart. Net als in het voorjaar (tijdens de eerste golf) krijgen wij vragen over de verzekeringsdekkingen. Daar gaan wij nader op in.

Verzekeringsdekkingen blijven gehandhaafd

Het uitgangspunt is, dat de verzekeringsdekkingen gehandhaafd blijven. Anders dan in het voorjaar, hoeft u geen vragen te beantwoorden en hoeft u niet te wachten op uitsluitsel omtrent de verzekeringsdekkingen.

Wel geldt er een aantal uitgangspunten

De verzekeringsdekkingen blijven gehandhaafd, er van uitgaande dat:

-       er uitsluitend sprake is van reguliere zorgverlening en dat er geen sprake is van ziekenhuis(gerelateerde)zorg;

-       er alleen patiënten zijn en worden opgenomen voor wie geen medische indicatie voor opname in een ziekenhuis (meer) bestaat, en dat zodra die indicatie er wel is, de patiënt naar het ziekenhuis wordt overgebracht;

-       personeel voldoende wordt geïnstrueerd over, en begeleid in, veilig werken met covid-19-patiënten;

-       personeel van voldoende beschermingsmiddelen wordt voorzien;

-       er alleen ervaren en geschoold personeel wordt ingezet (leerlingen in het laatste jaar van hun opleiding vallen hier ook onder);

-       bezoekers voldoende worden geïnstrueerd omtrent te nemen voorzorgsmaatregelen, worden voorzien van de benodigde beschermingsmiddelen, en uitdrukkelijk worden gewezen op het besmettingsgevaar en op het feit dat het bezoek volledig op eigen risico geschiedt;

-       het corona/covid-centrum zich in een bestaande (en dus reeds bij ons verzekerde) locatie van uw organisatie bevindt.

Voldoet u aan deze aandachtspunten? Dan hoeft u geen contact met ons op te nemen.

Wanneer wél met ons contact opnemen?

Indien u niet aan de hier boven genoemde uitgangspunten voldoet, is het zeer raadzaam om direct met ons contact op te nemen. Wij zullen dan uw specifieke situatie beoordelen en aan de hand daarvan bepalen of, en onder welke voorwaarden, de verzekeringsdekkingen gehandhaafd kunnen blijven. 

AMSTELVEEN - Stichting Oud Geleerd Jong Gedaan organiseert colleges voor ouderen, door studenten. Ilse Nieuwland valt het op dat mensen wel oud willen worden maar niet oud willen zijn. Het vrijwilligerswerk op een geriatrische afdeling na haar studie inspireerde haar tot het geven van colleges.

Bekijk hier de video - https://www.nhnieuws.nl/nieuws/274299/ilse-geeft-colleges-voor-ouderen-niet-iedereen-in-een-verpleeghuis-houdt-van-bingo

Ilse Nieuwland wil dat ouderen cognitief uitgedaagd worden en organiseert daarom colleges voor ze.

Ilse was verantwoordelijk voor de dagbesteding. Ze las een krant met ouderen, dronk een kopje koffie, zorgde dat ze naar buiten konden of andere leuke dingen konden doen. "Het was een van de leukste baantjes die ik ooit heb gehad. En toch moest ik, iedere dag, verantwoorden aan vrienden en familie waarom ik dit werk doe. Want waarom zou ik dingen organiseren voor mensen met dementie die het morgen toch weer vergeten zijn?

Misvattingen

"Dit lot staat ons allemaal te wachten", zegt Ilse. "We worden iedere dag allemaal weer een beetje ouder." Er leven een aantal misvattingen over oud zijn. "De eerste misvatting is dat als je een verpleeghuis in loopt, je automatisch houdt van bingo. De tweede is dat op het moment dat als je de 65 bent gepasseerd, je niets meer wil leren, je niet nieuwsgierig mee bent. En de derde is dat als je dementie krijgt, je wordt gereduceerd tot patiënt."

Om deze misvattingen de wereld uit te krijgen, is Ilse samen met haar beste vriendin interactieve colleges gaan organiseren voor ouderen, door studenten. De studenten gaan naar een plek waar ouderen bij elkaar komen om over hun passie of vakgebied te vertellen. "Dat kan gaan over filosofie, psychologie, kunstgeschiedenis of over kunstmatige intelligentie."

Interactief

In de colleges gaat jong in gesprek met de ouderen en andersom. "De ouderen krijgen het podium om hun kennis te delen. Ze kunnen laten zien dat ze na jarenlange levenservaring al die kennis nog hebben. Jongeren leren daarvan."

Na de collegereeks van vier keer een uur krijgen de ouderen een certificaat van deelname. Een vrouw kwam na de uitreiking enthousiast naar Ilse toe. "Nu heb ik bij het volgende koffiemoment met mijn kleinzoon heel veel te bespreken, zei ze." Haar kleinzoon studeert, net als zijn oma gedaan had, psychologie. "Nu konden ze het eindelijk over de experimenten van Pavlov hebben."

Ilse hoopt dat als ze oud is, ze ook deze colleges van bevlogen studenten kan volgen. Nu wil ze ook al alle leergierige ouderen in Nederland bereiken. "Ik hoop dat we met zijn allen gaan streven naar een maatschappij waar een leven lang leren centraal staat. Want persoonlijke groei is niet afhankelijk van leeftijd."

Wat is de meerkostenregeling?

De meerkostenregeling is een regeling waarmee zorgverzekeraars de extra kosten (meerkosten) die zorgaanbieders hebben moeten maken vanwege het corona virus compenseren. Deze meerkostenregeling is een eenmalige compensatie voor de extra kosten die door zorgaanbieders in 2020 zijn gemaakt. De uitkering zal plaatsvinden in 2021. Niet alle extra kosten komen voor compensatie in aanmerking. Op 1 oktober 2020 heeft Zorgverzekeraars Nederland (ZN) bekend gemaakt voor welke kosten zorgaanbieders een vergoeding kunnen krijgen.

Grondslag meerkostenregeling: NZa-beleidsregel

De grondslag voor de meerkostenregeling ligt besloten in de Beleidsregel ‘continuïteitsbijdrage en meerkosten’ van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). In deze beleidsregel, die ook de basis is voro de continuïteitsbijdrage, heeft de NZa al de mogelijkheid gecreëerd voor zorgaanbieders om ‘meerkosten’ in rekening te brengen bij de zorgverzekeraar. Net als bij de continuïteitsbijdrage is daarvoor wel vereist dat hiervoor een afspraak met de zorgverzekeraar aan ten grondslag ligt. Een zorgaanbieder kan dus niet zonder dat hij daarover afspraken heeft gemaakt met de zorgverzekeraar meerkosten in rekening brengen.

Het gaat volgens de NZa, om:

  • Kosten die verband houden met het SARS-CoV-2 virus voor het kunnen leveren van directe zorg aan patiënten, ongeacht of de patiënt (vermoedelijk) besmet is met het SARS-CoV-2 virus
  • Zorgcapaciteit die bewust en actief leeg en beschikbaar gehouden wordt voor coronapatiënten
  • Extra gecreëerde zorgcapaciteit voor coronazorg, als dit op verzoek van het ROAZ/RONAZ en andere daartoe aangewezen organisaties of op grond van afstemming in ROAZ-verband is gebeurd

De NZa heeft twee voorwaarden beschreven, waaraan voldaan moet zijn om de meerkosten bij de zorgverzekeraar in rekening te kunnen brengen, namelijk:

  1. De zorgaanbieder heeft daadwerkelijk zorg geleverd aan de verzekerden van de zorgverzekeraar
  2. Er is een schriftelijke afspraak over de meerkosten gemaakt tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar.

Juridische voorwaarden verbonden aan de meerkostenregeling

Juridisch is het zo geregeld dat zorgverzekeraars geen prestaties mogen vergoeden die niet door de NZa zijn omschreven. Zorgaanbieders mogen deze ook niet in rekening brengen. Indien niet aan de voorwaarden van de door de NZa omschreven prestatie is voldaan, dan kunnen deze kosten niet vergoed worden. Daarom is het belangrijk om in aanvulling op de voorwaarden voor de meerkostenregeling zoals benoemd door ZN, ook te kijken naar wat door de NZa hierover is bepaald.

Eén van voorwaarden uit de NZa-beleidsregel ‘continuïteitsbijdrage en meerkosten’ om een vergoeding voor meerkosten te verkrijgen, is dat een schriftelijke afspraak daarover met de zorgverzekeraar gemaakt moet zijn. ZN heeft aangekondigd dergelijke afspraken met zorgaanbieders te willen maken, ook met zorgaanbieders die normaal gesproken niet-gecontracteerd werken.

Een andere voorwaarde is dat een zorgaanbieder zorg moet hebben verleend aan verzekerden van de betreffende verzekeraar. Dat is geen vreemde eis, omdat als geen zorg is geleverd, het natuurlijk de vraag is waar de meerkosten dan op zien.

Meerkostenregeling staat los van continuïteitsbijdrage

ZN heeft aangegeven dat de meerkostenregeling losstaat van de continuïteitsbijdrageregeling. De meerkostenregeling zal eigen juridische voorwaarden en (contractuele) afspraken kennen. Het lijkt er op dat ook zorgaanbieders die geen aanspraak hebben gemaakt op de continuïteitsbijdrage wel aanspraak kunnen maken op de meerkostenregeling. Dat zou positief nieuws zijn voor met name groeipraktijken die om die reden geen aanspraak konden maken op de continuïteitsbijdrage, maar wel extra kosten hebben moeten maken vanwege het corona virus. De exacte voorwaardenzijn op dit moment evenwel nog niet bekend en zullen, als deze zijn gepubliceerd, weer door ons worden geanalyseerd, vergelijkbaar met onze analyses over de continuïteitsbijdrage.

Wanneer kan vergoeding van meerkosten aangevraagd worden?

ZN heeft aangegeven dat het eerst in 2021 mogelijk is een aanvraag voor vergoeding van de meerkosten vanwege corona over 2020 aan te vragen. Ook de informatie en voorwaarden over de regeling zal ZN eerst in 2021 delen. Zorgaanbieders moeten dus even geduld hebben voor zij in 2021 een aanvraag kunnen doen voor vergoeding van de meerkosten die zij hebben gemaakt in 2020. De aanvraag verloopt via Vecozo.

Wanneer wordt de vergoeding voor meerkosten vanwege corona uitgekeerd?

Het exacte moment van uitbetaling is nog niet bekend en zal ook per beroepsgroep verschillen, omdat de uitbetaling afhankelijk is van het moment waarop alle declaraties over 2020 binnen zijn. De declaraties over 2020 vormen immers de basis voor het berekenen van de hoogte van de compensatie voor de meerkosten. Aangezien de meerkosten eerst vanaf 2021 aangevraagd kunnen worden, zal de uitkering ook pas in 2021 plaats kunnen vinden. Hoewel daar verder niets over is opgenomen zou het ons niet verbazen als de uitkering van de meerkosten medio 2021 zal plaatsvinden, dezelfde periode waarin de eindafrekening van de continuïteitsbijdrage voor de meeste beroepsgroepen plaatsvindt. Dit biedt zorgverzekeraars de mogelijkheid om een eventuele verplichting van een zorgaanbieder om teveel ontvangen continuïteitsbijdrage te verrekenen met de nog door de zorgaanbieder te ontvangen vergoeding op grond van de meerkostenregeling.

Hoe wordt de hoogte van het de vergoeding van de meerkosten vastgesteld? 

De vergoeding voor de meerkosten vanwege het corona virus is een eenmalige tegemoetkoming in de meerkosten voor 2020. De hoogte van de meerkostenbijdrage voor zorgaanbieders wordt berekend op basis van een percentage van de jaaromzet van 2020. Deze percentages zijn nog niet bekend en zullen per zorgdiscipline anders zijn, zo is de verwachting. Bij het berekenen van de percentages worden de meerkosten per beroepsgroep ingeschat en gecorrigeerd voor de gemiddelde omzetdaling.

Hoe wordt het percentage voor de meerkostenregeling berekend?

De berekening van het percentage van de omzet dat bepalend is voor de vergoeding van de meerkostenreeling doet men door de (al dan niet gemaakte) kosten voor de volgende onderdelen mee te wegen:

  • Extra kosten voor afvalverwerking en schoonmaak;
  • Extra kosten voor aanpassingen in het kader van de 1,5 meter-samenleving (denk aan plexiglasschermen en stickers);
  • Extra kosten voor inhuur van personeel voor coronazorg;
  • Extra kosten aan persoonlijke beschermingsmiddelen zoals handschoenen en mondkapjes.
  • Voor apotheken geldt specifiek dat de extra gemaakte kosten voor het bezorgen van medicijnen zal worden vergoed en waarschijnlijk dus zal worden meegewogen bij het bepalen van de hoogte van de meerkostenbijdrage.

Uiteindelijk zal per beroepsgroep een percentage van de jaaromzet 2020 worden bepaald. De percentages worden op dit moment ingeschat tussen 0,2% en 0,8%. Het lijkt er op dat een individuele zorgaanbieder niet verplicht is concreet de specificeren dat deze kosten zijn gemaakt. Kennelijk gaat de regeling er vanuit dat iedere zorgaanbieder een gelijke vergoeding krijgt. Mogelijk dat dit voor de bezorgkosten van de apotheek anders ligt, omdat deze kosten in een ruraal gebied veel hoger kunnen liggen. Zoals eerder aangegeven zijn de exacte voorwaarden van de regeling nog niet bekend is dat nog afwachten.

Hoe wordt de jaaromzet die uitgangspunt is voor de meerkostenregeling vastgesteld?

Voor de jaaromzet die relevant is voor de meerkostenregeling wordt per beroepsgroep een methode gehanteerd, waarmee de effecten van corona zo eerlijk mogelijk kunnen meewegen. Dat zal bijvoorbeeld gebeuren door in de percentages te corrigeren voor de gemiddelde omzetderving. Een andere mogelijkheid is om de omzet in een bepaalde periode van 2020 te nemen en die omzet te extrapoleren naar het hele jaar.

Belang van jaaromzet voor berekening hoogte compensatie op grond van de meerkostenregeling

De wijze waarop de jaaromzet wordt vastgesteld is van grote invloed op de hoogte van de vergoeding op grond van de meerkostenregeling. De compensatie voor de meerkosten is immers een uitkering die wordt berekend als percentage van de aldus berekende jaaromzet 2020. Voor bepaalde beroepsgroepen geldt bovendien dat in 2020 zorg is weggevallen, hetgeen invloed heeft op de jaaromzet 2020.

Hoe dit concreet zal uitwerken, is nog niet bekend en zal door ons worden meegenomen in de analyse van de voorwaarden van de uiteindelijke meerkostenregeling. Wij verwachten overigens dat hiervoor zoveel mogelijk aansluiting zal worden gezocht bij de wijze waarop de gerealiseerde omzet in het kader van de berekening van de continuïteitsbijdrage en inhaalzorg is berekend.

Telt alleen omzet voor zorg die vergoed wordt uit de basisverzekering mee voor de meerkostenregeling?

Volgens de Q&A op de website van ZN over de meerkostenregeling moet het gaan om verzekerde zorg en telt daarbij zowel de omzet voor de basisverzekering als de aanvullende verzekering mee. Wij verwachten dat dezelfde definitie wordt gehanteerd als voor de normomzet en gerealiseerde omzet. Dat betekent dat niet-verzekerde zorg en eigen bijdragen niet meetellen. Voor niet-gecontracteerde aanbieders kan dit betekenen dat het deel van de omzet dat vanwege de restitutiekorting niet door de zorgverzekeraar vergoed wordt (ca 25%) niet meetelt bij de omzet die bepalend is voor de meerkostenregeling.

Wie komt in in aanmerking voor de meerkostenregeling?

Een veel gestelde vraag is: wanneer kom ik in aanmerking voor de meerkostenregeling? Aan welke eisen moet ik voldoen? ZN geeft hierop het volgende antwoord. De generieke meerkostenregeling is bedoeld voor de volgende zorgaanbieders:

  1. Zorgaanbieders die een jaaromzet hebben van minder dan € 10 miljoen aan zorg uit de basisverzekering of aanvullende verzekering. Het daarbij dus niet om zorg die wordt vergoed uit de Wet langdurige zorg, de Wmo of de Jeugdwet.
  2. Zorgaanbieders met een jaaromzet boven € 10 miljoen in de zorgsoorten trombosezorg en eerstelijnsdiagnostiek. Ook zelfstandige behandelcentra vallen in deze categorie.

Ook zorgaanbieders die géén continuïteitsbijdrage hebben aangevraagd, bijvoorbeeld omdat zij zich niet konden vinden in de juridische voorwaarden daarbij, lijken wel gebruik te kunnen maken van de meerkostenregeling. Wel is het raadzaam om opnieuw goed na te gaan welke juridische voorwaarden bij de meerkostenregeling gelden.

Kunnen ook niet-gecontracteerde zorgaanbieders aanspraak maken op de meerkostenregeling?

Net zoals bij de continuïteitsbijdrage kunnen zowel gecontracteerde als niet-gecontracteerde zorgaanbieders de meerkostenbijdrage aanvragen. Niet-gecontracteerde zorgaanbieders gaan, indien zij de meerkostenbijdrage aanvragen, een overeenkomst aan die specifiek ziet op de meerkostenregeling.

Mondzorg komt niet in aanmerking voor generieke meerkostenregeling

Mondzorgaanbieders zijn uitgesloten van deze generieke meerkostenregeling aangezien voor de mondzorgsector al een regeling voor meerkosten is uitgewerkt, namelijk de prestatiecodes C88 (tandheelkundige zorg) en F902 (orthodontische zorg).

Voorwaarde: drempelbedrag van € 50,- per zorgverzekeraar

ZN heeft, naar eigen zeggen om de regeling uitvoerbaar te houden, een drempelbedrag bepaald. Het gaat om een drempelbedrag van € 50,- per zorgverzekeraarsconcern: ASR, Menzis, VGZ, CZ, DSW, ENO, iptiQ, ONVZ, Zilveren Kruis en Zorg en Zekerheid. Het betreft dus geen drempelbedrag per label (denk aan Univé of Interpolis), maar per concern.
Het ziet ernaar uit dat zorgaanbieders die – conform de nog bekend te maken berekeningswijze – recht hebben op een bijdrage minder dan € 50,- van een bepaalde zorgverzekeraar, géén bijdrage van die zorgverzekeraar zullen ontvangen.

BTW meerkostenregeling en CB-regeling

Het is niet duidelijk of de meerkostenbijdrage die de zorgaanbieder ontvangt, belast is met btw en dat de zorgaanbieder dus zorg moet dragen voor de BTW-afdracht. ZN zegt daarover:

De bedragen die door de zorgverzekeraar worden vergoed aan de zorgaanbieder zijn altijd inclusief BTW. Het is aan de zorgaanbieder om zorg te dragen voor de afdracht van BTW.

ZN zegt dus niet dat BTW verschuldigd is, maar wil duidelijk maken dat als dit wel het geval is, het risico daarvoor bij de zorgaanbieder ligt. De prestatie vergoeding meerkosten op grond van de meerkostenregeling is inclusief BTW (voor zover BTW verschuldigd is).

Positief is in ieder geval dat ZN – voor zover ons bekend voor het eerst – uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat geen btw verschuldigd is over de continuïteitsbijdrage .

Bestaat er een verplichting om meerkosten te administreren?

ZN heeft te kennen gegeven dat zorgaanbieders geen overzicht hoeven bij te houden of door te geven van welke meerkosten gemaakt zijn. Volgens ZN gaat het om een generieke regeling waarbij een inschatting wordt gemaakt van de gemiddelde meerkosten per beroepsgroep.

De NZa heeft in de NZa-beleidsregel ‘continuïteitsbijdrage en meerkosten’ eerder te kennen gegeven dat de zorgaanbieder alleen extra kosten in rekening kan brengen “waarvan hij kan aantonen dat extra kosten als hiervoor bedoeld zijn gemaakt in verband met het SARS-CoV-2 virus”.

De meerkostenregeling van ZN staat in dat opzicht enigszins op gespannen voet met deze NZa beleidsregel. Dat de zorgverzekeraars nu te kennen geven dat geen overzicht behoeft te worden bijgehouden is in onze optiek overigens wel logisch, aangezien wel vaststaat dat nagenoeg elke beroepsgroep in de zorg meerkosten heeft gemaakt vanwege het corona virus.

Voor de uitvoerbaarheid van de regeling en de administratieve lastenbeperking voor zorgaanbieders is het goed dat zorgaanbieders niet nauwkeurig hoeven door te geven welke meerkosten zij exact gemaakt hebben. Het is wel verstandig dat zorgaanbieders – in lijn met de NZa-beleidsregel ‘continuïteitsbijdrage en meerkosten’ – in hun eigen administratie bijhouden dát zij meerkosten hebben gemaakt en om welke kostenposten het gaat, zodat daarover later (ook indien de NZa daarop zou controleren) geen onduidelijkheid kan bestaan.

Geen meerkostenregeling voor zorgverzekeraar EUCARE (Aevitae)

Zorgverzekeraar EUCARE (Aevitae) neemt geen deel aan de meerkostenregeling van ZN. Het is nog niet bekend of EUCARE met een eigen meerkostenregeling zal komen.

De brand in de Grenfell Tower in London (2017) heeft geresulteerd in veel discussie over de brandveiligheid van hoge gebouwen. Met name aangaande het aspect branduitbreiding, rookverspreiding en vluchtveiligheid is een nadere beschouwing benodigd. Centraal staat de vraag welke brandveiligheidsvoorschriften er gelden voor de hoogbouw. Met deze kennispublicatie proberen wij u hierin wat extra inzicht te geven.
 

Wetgeving in Nederland

Gebouwen in Nederland moeten voldoen aan de eisen welke voortvloeien uit het geldende publiekrecht. Tot op heden zijn de eisen vanuit het Bouwbesluit 2012 van toepassing. De in het Bouwbesluit opgenomen prestatie-eisen zijn niet van toepassing op gebouwen met een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 70 meter boven of lager dan 8 meter onder het meetniveau. Hieromtrent gelden grotendeels functionele eisen.

Voor bouwwerken die buiten deze reikwijdte vallen, dient middels een maatwerkoplossing te worden aangetoond dat aan de benoemde functionele-eisen (doelvoorschriften) van het Bouwbesluit wordt voldaan. Bij een vergunningsaanvraag beoordeelt het bevoegd gezag (veelal de gemeente) of de aangedragen maatwerkoplossing in lijn ligt met het beoogde niveau van brandveiligheid. Onder andere het aspect vluchtveiligheid eist tijdens het gebouwontwerp van hoge gebouwen extra aandacht. Gezien er voor deze gebouwen geen specifieke prestatie-eisen geformuleerd zijn, kan er bij de beoordeling van de vergunningsaanvraag sprake zijn van subjectiviteit.
 

SBR-publicatie

​Voor de toepassing van de benoemde maatwerkoplossing wordt momenteel in veel gevallen gebruik gemaakt van de SBR-publicatie ‘Handreiking brandveiligheid in hoge gebouwen’. Deze publicatie heeft op dit moment geen juridische grondslag en derhalve kunnen hier formeel geen rechten aan worden ontleend. Met de implementatie van de nieuwe Omgevingswet (1 januari 2022) wordt deze handreiking vanuit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving als prestatie-eis aangestuurd.

Recentelijk is een advies omtrent de brandveiligheid van hoogbouw door de adviescommissie bouwregelgeving (inclusief toelichting) gepubliceerd, welke veel discussie binnen de bouwwereld tot gevolg heeft gehad. Onderstaand wordt onze visie gegeven op het benoemde advies. (Hierbij de link naar het advies)

De casus

De casus in het advies betreft een woontoren met 41 bouwlagen (hoogste vloer is gelegen op circa 150 meter boven het meetniveau).  Per verdieping zijn 12 appartementen aanwezig, welke middels een tweetal besloten corridors met de centrale hal in verbinding staan (zie onderstaande plattegrondtekening).

De casus

De groene lijnen tonen brandscheidingen met een brandwerendheid van ten minste 60 minuten, de rode lijn geven de brandscheidingen aan met een brandwerendheid van ten minste 30 minuten. De verkeersruimten zijn alle getypeerd als extra beschermde vluchtroutes (verkeersruimten en trappenhuizen).

De centrale hal geeft toegang tot de liften en twee onafhankelijke vluchtroutes (wokkeltrappen). Deze trappenhuizen zijn ten minste 30 minuten van elkaar gescheiden. In dit ontwerp is er een doodlopend eind vanaf de uitgang van de appartementen, de bewoners moeten ten tijde van het vluchten in een groot aantal gevallen langs toegangsdeuren van andere appartementen vluchten.

Vanuit het Bouwbesluit 2012 mag in een extra beschermde vluchtroute niet langs een beweegbaar constructieonderdeel van een andere woonfunctie worden gevlucht, uitgezonderd een tweetal portieksituaties. Het weergegeven ontwerp voldoet niet aan dit voorschrift. Geconcludeerd kan worden dat het ontwerp aangaande de vluchtveiligheid niet voldoet aan het veiligheidsniveau, zoals het Bouwbesluit dit beoogt.
 

Voorgestelde oplossing vanuit aanvrager

Belangrijk te benoemen is dat de voorgestelde oplossing ten minste éénzelfde veiligheidsniveau oplevert als het Bouwbesluit 2012 beoogt. De onderstaande voorzieningen maken onder andere onderdeel uit van de, door de aanvrager, aangedragen maatwerkoplossing:
 

  • De woningen worden voorzien van een sprinklerinstallatie;
  • Het gebouw wordt voorzien van een gecertificeerde brandmeldinstallatie;
  • De toegangsdeuren van de appartementen worden voorzien van vrijloopdeurdrangers (aangestuurd door de rookmelders in het betreffende appartement);
  • De trappenhuizen worden voorzien van een overdrukinstallatie;
  • De gemeenschappelijke verkeersruimten worden uitgevoerd als Extra Beschermde Vluchtroute).

Conclusie adviescommissie

De adviescommissie heeft geconcludeerd dat de aangedragen oplossing niet voldoet aan de door het Bouwbesluit beoogde mate van vluchtveiligheid. Belangrijk standpunt van de adviescommissie is dat het toegestane veiligheidsniveau voor het vluchten in een portieksituatie in zijn algemeenheid niet eenzelfde mate van veiligheid biedt als is beoogd met het algemene veiligheidsniveau voor het vluchten in de nieuwbouw van woningen met een andere ontsluiting.
 

Risicogerichte aanpak in plaats van regelgerichte aanpak

Binnen Brafon Brandveiligheidsmanagement wordt een risicogerichte brandveiligheidsbenadering gehanteerd, waarbij het uitgangspunt wordt aangehouden dat het voldoen aan wet- en regelgeving niet per definitie resulteert in een brandveilig gebouw. De aanwezige brandveiligheidsvoorzieningen dienen te zijn afgestemd op het gebouw-specifieke risicoprofiel. Wij beschrijven onze visie op de zojuist uitgelegde casus hieronder. Benoemd moet worden dat dit ‘slechts’ een visie is op de gegeven casus.


Allereerst moet worden benoemd dat vanuit de handreiking wordt gesteld het gebouw te voorzien van een vast opgesteld blussysteem (zoals een sprinklerinstallatie). De sprinklerinstallatie zoals in het ontwerp doorgevoerd zal resulteren in een bij brand beheersbare situatie, gesteld kan worden dat een brand in een appartement zich niet verder zal uitbreiden (richting andere appartementen of de extra beschermde vluchtroute).  Echter, gezien de reactietijd van de sprinklerinstallatie zal (met name) koude rookverspreiding in beginsel niet worden voorkomen. Eisen m.b.t. het voorkomen van koude rookverspreiding zijn momenteel nog geen onderdeel van het publiekrecht (bij implementatie van de Omgevingswet wordt dit van kracht). Om rookverspreiding te beperken zijn alle toegangsdeuren van de appartementen voorzien van vrijloopdeurdranger, die wordt aangestuurd door de automatische melders in het desbetreffende appartement. Dit voorkomt rookontwikkeling in de extra beschermde vluchtroutes voor een gedeelte, maar koude rook zal zich nog door de naden en kieren kunnen duwen. De kans op rook in de extra beschermde vluchtroute is hiermee reëel.

Beperk risico's bij vluchten

Aanvullend (om te voorzien in het veilig kunnen vluchten) zijn de trappenhuizen voorzien van een overdrukinstallatie. Dit voorkomt het binnendringen van rook, wat het veilig en rookvrij vluchten in deze trappenhuizen mogelijk moet maken.

Van groot belang op te merken is dat bij hoogbouw (hoger dan 70 meter) een brand, met name wanneer er ‘slechts’ één vluchtrichting is, er grote risico’s zijn, vooral wanneer een installatie niet doet waarvoor deze is bedoeld. Voorbeelden zijn:

  • Demonteren/forceren van de vrijloopdeurdranger door bewoners;
  • Afplakken/demonteren van automatische melders of het ongewenst gebruik van sprinklerkoppen door bewoners;
  • Falen van technische voorzieningen;
  • Ontstaan van een brand in de gemeenschappelijke corridor (bijvoorbeeld als gevolg van het opladen van een elektrische fiets/scootmobiel door bewoners);
  • Brandstichting.


Mede gezien de mogelijk grote gevolgen van een brand in een hoog gebouw in combinatie met doodlopende einden, zoals aanwezig in het ontwerp, wordt ons inziens tevens niet voldaan aan het beoogde niveau van veiligheid. Met name gezien de aanwezige risico’s is het van groot belang aanwezige bewoners bij het verlaten van een appartement de mogelijkheid te bieden om te kunnen kiezen uit twee verschillende vluchtrichtingen. Het veiligheidsniveau dat een wettelijk toegestane portieksituatie oplevert is naar onze mening onvoldoende voor een gebouw van deze omvang en met deze hoogte. De conclusie vanuit de adviescommissie wordt hierdoor de juiste geacht.

Meer verdieping over deze casus?

Brafon Brandveiligheidsmanagement kan u helpen met een advies over bouwkundige brandveiligheid. Onze consultants zijn gespecialiseerd en kunnen u middels een brandveiligheidsonderzoek een gericht advies geven. Wilt u zelf meer leren over bouwkundige brandveiligheid? Volg dan de 3-daagse opleiding van onze zusterorganisatie Obex Opleidingen.

De IGJ heeft met VWS en Actiz aanvullende afspraken gemaakt over het aanleveren van WZD gegegeven in het overgangsjaar.
 
Waar voorheen Actiz pleitte om slechts een voortgangsrapportage te publiceren voor 1 oktober, zijn er nu mede vanwege corona andere afspraken gemaakt. 1 oktober komt daarmee te vervallen. Hier staan de afspraken in detail https://www.igj.nl/onderwerpen/wetten-in-ons-toezicht/wet-verplichte-ggz-en-wet-zorg-en-dwang/gegevensverwerking
 
Onze KenniZ expert Peter Hoekstra geeft hieronder een korte samenvatting van deze afspraken.
 

Digitaal overzicht onvrijwillige zorg

  • Zorgaanbieders die hun systemen op orde hebben en het digitaal overzicht onvrijwillige zorg kunnen aanleveren volgens de Regeling zorg en dwang, kunnen dit doen.
  • Zorgaanbieders die hun systemen nog niet gereed hebben en nog geen digitaal overzicht onvrijwillige zorg kunnen aanleveren volgens de Regeling zorg en dwang, hoeven in 2020 geen digitaal overzicht onvrijwillige zorg aan te aan te leveren. Wel moet de zorgaanbieder in 2020 de meldingen blijven doen voor cliënten die nog onder de Wet Bopz vallen.
De coronapandemie heeft de doelen van de Wzd onder druk gezet. VWS en IGJ hebben daarom behoefte aan een actueel beeld over toegepaste onvrijwillige zorg in relatie tot de coronapandemie. Hierover komt een korte uitvraag bij zorgaanbieders. De rapportage moet uiterlijk half december 2020 bij de inspectie worden aangeleverd. 

Niet alle schade valt te voorzien of zelfs te voorkomen. Gelukkig zijn er voor die gevallen verzekeringen en het spreekt voor zich dat we daar van alles over kunnen vertellen. Maar veel schade of gevaarlijke situaties zijn wél te voorkomen.

Storm

Laten we wel zijn: met de huidige techniek rondom weersvoorspellingen kan een storm tegenwoordig nauwelijks meer als een verrassing komen. Daar kun je je dus prima op voorbereiden! Als er storm wordt aangekondigd op het nieuws:

  • Zorg dat parasols en losse zaken veilig opgeborgen zijn;
  • Zorg dat automatische zonweringen uitgeschakeld zijn nadat deze binnengehaald zijn om te voorkomen dat deze tijdens de storm automatisch uitgaan;
  • Zorg voor de storm dat losse takken uit bomen verwijderd zijn en dat naar aanleiding van boomonderhoud bomen worden gekapt die risico’s opleveren. Controleer ook direct na een storm of er loshangende takken in de bomen hangen.

We zien vaak gebeuren dat eigenaarschap ontbreekt en dat niemand de verantwoordelijkheid neemt om te checken of zonweringen zijn binnengehaald. Het is zeker een (extra!) idee om een preventiemedewerker hiervoor verantwoordelijk te maken.

Vallende bladeren en veel regen kunnen voor problemen zorgen. Dat kun je voorkomen! Denk aan:

  • Het periodiek legen/controleren van de dakgoten;
  • Controleer periodiek leidingen en andere installaties die aangesloten zijn op de waterleiding, ook op plaatsen waar deze minder goed zichtbaar zijn, zoals kelders en kruipruimtes;
  • Bij lange warme periodes: controleer of de condensafvoeren van airconditioners het water op de juiste wijze afvoeren;
  • Zorg dat vloeren na een waterschade lange tijd kunnen drogen.

Bliksem

Hoewel we onweer en bliksem meer met de zomer associëren, is het goed om hier altijd rekening mee te houden. Wat zijn goede maatregelen om te nemen?

Blikseminslag kan op drie verschillende manieren schade veroorzaken:

  1. Directe inslag. Een bliksemafleider biedt hiertegen bescherming. Belangrijk is wel dat deze installatie onderhouden wordt en dat regelmatig gecontroleerd wordt dat de installatie nog intact is. Plaats bliksembeveiliging op hoge gebouwen waar veel installaties zijn aangebracht. Ook alleenstaande gebouwen zijn gevoelig voor blikseminslag;
  2. Inslag door geleiding. Dit ontstaat doordat bliksem in de buurt inslaat en de overspanning via kabels en leidingen overspanning in het pand veroorzaakt. Het vervangen van loden leidingen voor pvc-leidingen en het aanbrengen van glasvezelkabels bieden een preventieve werking voor dit soort risico;
  3. Inductie. Dit is de overspanning die zich verspreidt via elektromagnetische straling. UPS overspanningsbeveiliging biedt hiertegen enige bescherming.

Controleer de gebouwen regelmatig op de aanwezigheid van de volledige bliksembeveiliging.

Meer weten? Het spreekt voor zich dat we van alles kunnen vertellen over het voorkomen van schade en het verzekeren ervan voor het geval het nodig is. Neem gerust contact met ons op, we informeren u met plezier!

Vluchtrouteaanduiding blijkt een onderwerp te zijn waarover veel vragen bestaan. Regelmatig krijgen wij vragen aan welke norm pictogrammen van vluchtrouteaanduiding moeten voldoen. Waar moeten deze pictogrammen aangebracht worden? En moet vereiste vluchtrouteaanduiding (intern) verlicht worden uitgevoerd? Steeds vaker duiken 'pictogramstickers’ op. Maar mag dit?  Om hierover meer duidelijkheid te verschaffen deelt Brafon deze maand een kennispublicatie over vluchtrouteaanduiding. 
 

Doel van vluchtrouteaanduiding

Vluchtrouteaanduiding heeft als doel een gebruiker van een gebouw duidelijkheid te geven over het verloop van de vluchtroutes. Deze duidelijkheid moet er voor zorgen dat personen die niet bekend zijn in het gebouw gemakkelijker de weg naar een aansluitend terrein kunnen bereiken bij een calamiteit. 

Vanwege deze reden is vluchtrouteaanduiding niet verplicht voor woonfuncties, aangezien de wetgever ervan uit gaat dat personen die woonachtig zijn in een gebouw bekend zijn met de aanwezige vluchtroutes. Vluchtrouteaanduiding heeft in die situatie dan ook geen toegevoegde waarde.

Waar wordt vluchtrouteaanduiding geëist?

Alle eisen aangaande vluchtrouteaanduiding zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012. Een ruimte die bestemd is voor meer dan 50 personen én verkeersroutes binnen bouwwerken moeten voorzien zijn van vluchtrouteaanduiding. Deze vluchtrouteaanduiding moet voldoen aan de NEN 6088 (niveau bestaande bouw) of aan NEN-EN-ISO 7010 (niveau nieuwbouw). Deze eis geldt niet (zoals eerder aangegeven) voor woonfuncties, maar geldt ook niet voor gebouwen (of gebouwdelen) met een lichte industriefunctie, zoals bijvoorbeeld een magazijn, of een (andere) overige gebruiksfunctie (bijvoorbeeld een berging). Dit komt voort uit het feit dat in deze betreffende ruimten niet tot nauwelijks personen aanwezig zullen zijn, van verblijf van personen in deze ruimten is geen sprake.
 

Verlichte uitvoering

Maar wanneer dient de vluchtrouteaanduiding verlicht te worden uitgevoerd? Bij "normaal" gebruik dient te worden voldaan aan de in het Bouwbesluit gestelde zichtbaarheidseisen. Dit betekent in de basis dat het pictogram correct zichtbaar moet zijn overeenkomstig (enkele onderdelen van) de NEN-EN 1838. In ruimten waar bij normaal gebruik ruimten verduisterd worden, is aanlichten of interne verlichting van het pictogram vereist om te kunnen voldoen aan de benoemde zichtbaarheidseisen.

Indien er spanningsuitval optreedt, is het in bepaalde gevallen vereist om ook te voorzien in deze zichtbaarheid. Het Bouwbesluit vereist in deze situatie dat, wanneer een ruimte voorzien moet zijn van noodverlichting (conform het Bouwbesluit), de pictogrammen ook bij de uitval van spanning moeten voldoen aan de gestelde zichtbaarheidseisen. Zie voor een uitleg omtrent noodverlichting onze eerder uitgebrachte kennispublicatie.

Kortom, is er noodverlichting in een bepaalde ruimte vereist, gelden de zichtbaarheidseisen aangaande vluchtrouteaanduiding ook bij uitval van de netspanning. Behoeft een ruimte niet te zijn voorzien van noodverlichting, gelden de zichtbaarheidseisen bij spanningsuitval niet en kan worden volstaan met stickers of bordjes in plaats van intern verlichte armaturen. Uiteraard moeten ook deze stickers en bordjes wel voldoen aan de gestelde pictogrameisen.

Luminescerende vluchtrouteaanduiding

Om te voorzien in de benodigde zichtbaarheid van vluchtrouteaanduiding zijn er oplichtende (luminescerende) pictogramstickers beschikbaar. Deze luminescerende pictogramstickers maken gebruik van fotoluminescentie. Hierbij wordt stralingsenergie uit de omgeving opgeslagen en vertraagd afgegeven, waardoor de vluchtrouteaanduiding ten tijde van spanningsuitval licht uitzendt.

De belangrijkste vraag is of deze luminescerende bestickering kan voldoen aan de gestelde zichtbaarheidseisen bij de uitval van de netspanning (zoals gesteld in het Bouwbesluit). Deze zichtbaarheidseisen omvatten:
 

  • Binnen 15 seconden na het uitvallen van de netspanning inwerkingtreden;
  • Ten minste 60 minuten voldoen aan de onderstaande zichtbaarheid;
  • Voldoen aan de zichtbaarheidseisen bedoeld in de artikel 5.2 t/m 5.6 van de NEN-EN 1838 (paragrafen zijn in de norm uit 2013 omgenummerd, maar inhoudelijk niet gewijzigd).

Onderzocht is in hoeverre luminescerende stickers kunnen voldoen aan de hierboven omschreven prestatie-eis. Geconcludeerd is dat de voorgeschreven kleur groen (in een bepaalde casus) vanuit de NEN-EN 1838 niet wordt bereikt/afgegeven (resultaat vanuit de test was minder dan de vereiste 2 cd/m2). In de basis is het hierdoor niet toegestaan om luminescerende pictogramstickers toe te passen in ruimten om intern verlichte armaturen te vervangen, daar waar noodverlichting is vereist.
 

Conclusie

Luminescerende pictogramstickers zijn in beginsel niet gelijkwaardig, zodanig dat intern verlichte pictogrammen achterwege kunnen blijven. Wellicht dat bij bepaalde projecten (bijvoorbeeld met meer omgevingslicht) deze pictogrambestickering wel als gelijkwaardig toegepast kan worden. Dit  is en blijft projectafhankelijk en vereist maatwerkadvies. Ook in het kader van duurzaamheid kan deze bestickering een passende oplossing bieden. In het komende Besluit Bouwwerken Leefomgeving verandert de regelgeving omtrent vluchtrouteaanduiding niet. Dit bekent dat het bovenstaande van toepassing blijft.
 

Haal advies in huis

Brafon Brandveiligheidsmanagement kan u helpen met en een bijdrage leveren inzake het aantonen van gelijkwaardigheid en het coördineren van testen met betrekking tot luminescerende vluchtrouteaanduiding. Dit in samenwerking met de brandweer. De noodzaak en benodigde uitvoeringsvorm van vluchtrouteaanduiding wordt onderzocht door middel van een brandveiligheidsonderzoek. Wilt u zelf meer leren over noodverlichting en (verlichte) vluchtrouteaanduiding? Volg dan de 3-daagse opleiding van onze zusterorganisatie Obex Opleidingen.

 

logo brafon obex tesmo

 

 

Onze samenwerkingspartner Vegro is een samenwerking met Roparun en Multisleep aangegaan. Roparun heeft een aantal koppelbedden van Multisleep aan Vegro ter beschikking gesteld om te kunnen uitlenen aan klanten in de thuis situatie. Een koppelbed is een logeerbed voor mensen die graag samen willen zijn in een zorgomgeving. Als organisatie kan je bij Vegro een aanvraag indienen voor het leveren van een koppelbed (via het uitgifteformulier in de bijlage) aan één van jouw bewoners.
 

Hoe werkt het?

 

Een koppelbed aanvragen 

De klant ontvangt eenmalig een factuur van € 16,50 van Vegro voor het transport en reinigen van het koppelbed. Het koppelbed kan aangevraagd worden door Vegro te bellen op 0900 – 288 77 66. Voorwaarde is dat de bewoner in een (verplaatste) thuissituatie verblijft.

 

Wat is een koppelbed? 

Wanneer je twee zorgbedden tegen elkaar aan zet, zit er altijd een opening tussen de matrassen. Deze afstand maakt het voor naasten lastig om elkaars warmte op te zoeken. Een koppelbed biedt de oplossing. Het koppelbed ‘De Bijrijder’ is een logeerbed voor mensen die graag samen willen zijn in een zorgomgeving. Het koppelbed bestaat uit een frame met een speciaal koppelmatras. Dit matras heeft een verbreding, waardoor hij naadloos aansluit. Door het bijrijden en op de juiste hoogte stellen van het koppelbed, wordt een eenpersoons hoog-laagbed in een handomdraai een volwaardig tweepersoonsbed.

 
Vegro is dé complete leverancier van hulpmiddelen vanuit de regeling zorgverzekering, oftewel de uitleen. Dit betekent dat zij namens alle zorgverzekeraars in Nederland hulpmiddelen uitlenen aan verzekerden. De uitleen wordt ingezet voor verzekerden in een thuissituatie. Daarnaast zijn ze expert op het gebied van verhuren van zorghulpmiddelen.
 
Hulpmiddelen vanuit de uitleen en verhuur bestel je makkelijk bij Vegro; ze zijn 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar via telefoon, de website en de bestelapp. Een hulpmiddel wordt altijd de volgende werkdag geleverd en zaterdag is voor Vegro ook gewoon een werkdag. Is het hulpmiddel eerder nodig vanwege een spoedeisende situatie? Geen probleem; Vegro levert in spoedgevallen dezelfde dag. Wanneer een kleiner hulpmiddel nodig is, kan je deze ook in een van de Thuiszorgwinkels of Uitleenpunten ophalen.
 
Mochten er nog vragen zijn, neem dan gerust contact op met de klantenservice via telefoonnummer 0900 - 288 77 66.
 

Let op! Het op papier voldoen aan de regelgeving, betekent nog niet dat een gebouw ook daadwerkelijk veilig is. Brafon Brandveiligheidsmanagement licht graag samen met zusterorganisatie Tesmo een en ander toe in onderstaande kennispublicatie, om u te waarschuwen voor onveilige situaties.

Vanuit het huidige publiekrecht is het in bepaalde situaties vereist om een inspectiecertificaat te laten afgeven op de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie. Het Bouwbesluit 2012 schrijft voor wanneer aan deze eis voldaan moet worden. Het doel van een inspectiecertificaat (op basis van het CCV-inspectieschema) is dat door middel van één verklaring wordt aangegeven dat de kwaliteit van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie voldoet en dat de samenhang tussen de bouwkundige, installatietechnische en organisatorische (BIO) maatregelen in een gebouw geborgd is. Dit klinkt mooi op papier, maar kan in de praktijk averechts werken en daarmee leiden tot ‘schijnveiligheid’.


Een goed voorbeeld is omschreven op basis van een nieuw te bouwen gebouw. De bouw dient te worden afgestemd op het beoogde gebruik. Vanuit de van toepassing zijnde gebruiksfunctie wordt het gebouw ingericht, op zo’n manier dat bouwkundig en installatietechnisch wordt voldaan aan de voorschriften.


Bij een groepszorgwoning, bestemd voor verlening van 24-uurs zorg, geldt de benoemde inspectiecertificeringsplicht. Een daartoe geaccrediteerde instelling zal de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie inspecteren, waarbij er in feite aan de hand van een checklist wordt bepaald of de installatie voldoet aan alle hierop van toepassing zijnde eisen. Deze inspectie vindt vaak net voor opening van het gebouw plaats. Een onderdeel van deze inspectie is een controle van het ontruimingsplan. En juist aan de hand van dit ontruimingsplan kan goed worden aangegeven waar de schoen wringt.


Een integrale aanpak

Een ontruimingsplan moet aangeven op welke wijze de organisatie de ontruiming (bij brand en andere calamiteiten) heeft ingericht. Vanuit de artikelsgewijze toelichting op het Bouwbesluit is te herleiden wat in dit ontruimingsplan moet staan. Hierin wordt als advies verwezen naar de NTA-8112 voor het opstellen van een ontruimingsplan (deze NTA-8112 reeks is reeds vervangen door de NEN 8112). De eerste stap die in deze norm staat beschreven, is het opstellen van een risicoanalyse.  De risicoanalyse (is een onderdeel van de RI&E) zal in eerste instantie in kaart brengen welke risico’s er aanwezig zijn in het gebouw. Op basis van de bevindingen uit deze analyse kan het (maatwerk) ontruimingsplan (en hiermee de ontruimingsorganisatie) worden opgesteld. Om de BIO-maatregelen integraal en gelijkwaardig op elkaar af te stemmen ligt het voor de hand om deze risicoanalyse multidisciplinair op te laten stellen. Zodoende kan er een samenhangend pakket aan maatregelen tot stand komen.


In de praktijk echter zal de eigenaar van het gebouw (wanneer dit niet de gebruiker betreft) in de beginfase van de bouw enkel bezig zijn met de bouwkundige en installatietechnische maatregelen en minder of niet met organisatorische maatregelen. De bouwkundige en installatietechnische voorzieningen worden niet of niet volledig afgestemd op het toekomstige gebruik, terwijl de gebruiker ten tijde van gebruik moet zorgen voor een veilige situatie. Zo ook bij brand. De gebruiker kan pas een goed beeld vormen van de risico's wanneer bekend is op welke wijze het gebouw wordt opgebouwd en ingericht.
 

Komen tot een maatwerk ontruimingsplan

Nu komen de problemen in de praktijk naar boven. Om tot een maatwerk ontruimingsplan te komen dienen de volgende stappen genomen te worden:

  • Opstellen risicoanalyse
  • Bepalen van de beheersmaatregelen
  • Inrichten van de Bedrijfs Nood Organisatie (BNO)
  • Implementatie van de BNO
  • Borging en evaluatie

In de situatie dat de gebruiker van het gebouw niet in een vroegtijdig stadium bij de plannen betrokken is, kunnen deze stappen in deze fase, net voor oplevering, niet genomen worden. Daardoor is het in een groot aantal gevallen niet mogelijk om een maatwerk ontruimingsplan op te stellen. Doordat er geen ontruimingsplan voor het gebouw aanwezig is, kan de inspectie instelling de organisatorische maatregelen niet beoordelen en kan er geen inspectiecertificaat worden afgegeven. Dit kan dit de ingebruikname van het gebouw door de gebruiker in de weg staan.

Om toch tot certificering over te kunnen gaan wordt er vaak een ontruimingsplan opgesteld zonder voorgaande stappen te nemen, waardoor de samenhang met de bouwkundige en installatietechnische maatregelen betwist kan worden. Op basis van dit plan kan echter wel een inspectiecertificaat afgegeven worden en dat kan leiden, zoals reeds benoemd, tot schijnveiligheid. Daarbij moet worden benoemd dat de inspecteur het ontruimingsplan op hoofdlijnen beoordeeld, niet tot in detail.
 

Risicodenken in plaats van regelgericht denken

Aangezien de eindverantwoordelijkheid voor brandveiligheid van het gebouw bij de eigenaar (en gebruiker) ligt, en dus niet bij de inspectie instelling, is een beter alternatief denkbaar. Optimaal is het dat allereerst beleid wordt geformuleerd over hoe de organisatie om wil gaan met brandveiligheid binnen haar totale vastgoedportefeuille. Geadviseerd wordt om dit beleid te baseren op het risicodenken en af te stemmen op het eigen ambitieniveau. Op basis van dit beleid zal, eventueel samen met de eigenaar, in een vroegtijdig stadium een integraal plan voor het betreffende gebouw opgesteld moeten worden waarin de samenhang van de BIO-maatregelen wordt vastgelegd. De gebruiker kan daarna een ontruimingsplan op (laten) stellen dat is afgestemd op het gebouw, in relatie tot de doelgroep en aanwezige risico’s.

De hiervoor benodigde expertise kan eventueel extern worden betrokken maar het uiteindelijke plan zelf is altijd een product van de gebruiker. Op deze wijze zal meer risicogericht dan regelgericht naar de brandveiligheidsmaatregelen van het gehele vastgoedbestand gekeken worden en niet enkel naar de inspectiecertificaat-plichtige gebouwen. Zodoende wordt de ‘echte’ veiligheid verhoogt en mogelijk aanwezige schijnveiligheid weggenomen.


Brafon en Tesmo kunnen u helpen bij een maatwerk aanpak

Brafon Brandveiligheidsmanagement kan u helpen met het op een juiste manier opstellen van uw (brand)veiligheidsbeleid. Brafon Brandveiligheidsmanagement is voor elke gebouweigenaar en gebruiker het brandveiligheidsadviesbureau. Dankzij een breed portfolio op het gebied van brandveiligheid kan Brafon Brandveiligheidsmanagement u adviseren en ontzorgen voor uw complete vastgoedbestand. Samen met ons zusterbedrijf Tesmo kan er een unieke integrale aanpak gerealiseerd worden, waarbij de volledige BIO-maatregelen op een veilige manier op elkaar kunnen worden afgestemd.

bron: brafon

logo brafon obex tesmo

Aanleiding
Het Coronatijdperk brengt ons nieuwe inzichten die van invloed kunnen zijn hoe bepaalde zaken inde zorg worden georganiseerd. Zo ook het omgaan met bezoek. De periode waarin verpleeghuizen geen bezoek mochten ontvangen heeft inzichten gebracht in het gedrag en beleving van bewoners met een psychogeriatrische aandoening.

Sommigen van deze bewoners ervaren de Coronaperiode als eenzaam. Het gemis van contact met dierbaren heeft men als verschrikkelijk ervaren. Andere bewoners zijn deze tijd doorgekomen meteen mindere vorm van gedragsproblematiek. Die is afgenomen door de afname van prikkels die voortkomen uit bezoek, activiteiten en behandeling.

Vooral het niet kunnen ontvangen van bezoek, heeft deze groep bewoners rust gebracht. Rust waarin ruimte is ontstaan voor het unieke gedrag van de bewoner, rust waarin soms leegtes werden opgevuld door de bewoner zelf, omdat deze de vrijheid voelde om dat te doen. Voorbeelden daarvan zijn dat bewoners meer zijn gaan praten of zingen. Ook is geconstateerd dat diverse mensen minder epileptische aanvallen hadden.

Nu er een steeds ruimere bezoekersregeling komt, is het tijd om ons af te vragen wat een juiste balans kan zijn tussen het volledig openstellen van een locatie en een stringente bezoekersregeling, zodat bewoners contact kunnen hebben, maar ook hun momenten van rust krijgen. Zeker op de vele kleinschalige woongroepen kan het bezoek voor de ene bewoner meer onrust opleveren dan voor de andere bewoner.

Aanleiding genoeg voor een nieuw Lerend Netwerk waarin de volgende vraag centraal staat:

'Hoe kan de juiste balans worden gevonden voor iedere bewoner en woongroep in het hebben van contact met verwanten? Zodanig dat het voorziet in de behoeften van bewoners en niet leidt tot gedragsproblematiek?'

Onderliggende vragen zijn:
●Hoe ervaart de cliënt / bewoner verpleeghuizen die altijd voor iedereen op elk moment toegankelijk zijn?
 ●Hoe ervaren verwanten de tijdelijke beperkingen?
●Wat is nodig om te komen tot een juiste balans tussen beperkingen en volledige openstelling?
●Hoe kan in overleg met cliënten, verwanten, organisatie en cliëntenraden aan een nieuwe balans gewerkt worden?
●Hoe vertalen we de kennis naar een handreiking voor organisaties?

De aanpak van het Lerend Netwerk
Het Lerend Netwerk hanteert een pragmatische aanpak in het beantwoorden van vragen die voor de verpleeg- en verzorgingshuizen relevant zijn. Bovenstaand vraagstuk pakt Lerend Netwerk ‘agile’ aan, door het als volgt te organiseren. Afhankelijk van het aantal deelnemers vinden er digitale en fysieke bijeenkomsten plaats. De bijeenkomsten hebben de volgende inhoud:

Digitale bijeenkomst 1
Kennismaken
Terugkijken; Wat hebben we ervaren in de afgelopen Coronaperiode? Welke inzichten hebben we opgedaan?
De cliënt/bewoner; Wat kunnen we constateren als het gaat om gedragsproblematiek in relatie tot bezoek? Kan een juiste balans worden gevonden tussen ongelimiteerd open zijn en het hanteren van een permanente bezoekersregeling?

Tussenliggende uitwerking door Lerend Netwerk

Digitale bijeenkomst 2
De verwanten; Hoe hebben verwanten deze periode ervaren? Wat verwachten zij in de toekomst voor henzelf en voor hun verwant? Hoe kunnen verwachtingen worden gemanaged over bezoek? Hoe kan dit op maat?

Tussenliggende uitwerking door Lerend Netwerk

Fysieke bijeenkomst 3
De conclusies; Wat zijn de antwoorden? Met welke conclusies en aanbevelingen? Wie moeten daarbij geïnformeerd / betrokken worden? Wat wordt de boodschap? Welke implementatie-acties zijn nodig (plan)?

Tussenliggende uitwerking door Lerend Netwerk

Digitale bijeenkomst 4
Bespreken Concept handreiking
Evalueren; Hoe kunnen ervaringen worden gemonitord? Welke periode hanteren we als ervaringsperiode? Wanneer is de eindevaluatie?

Digitale bijeenkomst 5
Bespreken eindversie handreiking​ ‘De bewoner en de bezoeker’

Het resultaat
●Een handreiking over omgaan met bezoek.

De digitale bijeenkomsten duren maximaal 1, 5 uur en deze worden in de maand juli 2020 gepland (eind van de dag). De fysieke bijeenkomst vindt (afhankelijk van het aantal deelnemers) eind juli of eind augustus 2020 plaats. Het proces wordt begeleid door 2 personen.

Kosten van deelname
De kosten worden verrekend met een deelname fee. Door veel digitale inzet, zullen de kosten lager zijn dan gebruikelijk. Afhankelijk van het aantal deelnemers bedragen de kosten € 500,- exclusief BTW per organisatie, bijeen minimale deelname van 10 organisaties.

Wil je meedoen? Mail peter@desamentafel.nl vóór 1 juli 2020 voor vragen en of deelname.

Karin Kuhlmann, expert op gebied van 'Aandacht voor Dementie' en deskundige verbonden aan het KenniZ platform wil met onderstaand artikel graag reageren op de gezonden brief n.a.v. artikel in trouw van 21 mei 2020. Karin ondersteunt zorgondernemers binnen dit thema met advies, training en begeleiding. 

https://www.trouw.nl/binnenland/niet-elke-oudere-is-blij-dat-het-verpleeghuis-opengaat~b9b69ca4/

Inzicht leidt tot balans voor ouderen in verpleeghuis

Recent las ik het artikel waarin ouderenpsycholoog Sarah Blom en zorgverlener Ellen Meerveld aangeven dat de coronacrisis en het daaraan gekoppelde bezoekverbod in verpleeghuizen, rust geeft voor sommige ouderen met dementie. Deze groep heeft volgens Blom en Meerveld pré-COVID teveel prikkels gekregen. Enerzijds zou dit komen door de hoeveelheid specialisten en bezoekers die de gemiddelde oudere met dementie per dag te verstouwen krijgt. Anderzijds zou ook de manier waarop met name familie en vrijwilligers met de ouderen communiceren te veel druk leggen op hun realiteitszin. Wat volgens hen ontbreekt is een goede balans en filter van prikkels.

Onrust veroorzaken we met elkaar

Dit onderwerp is naar mijn mening onderbelicht gebleven in het nieuws en ik vind het heel goed dat Blom en Meerveld dit naar voren brengen. Vanuit het perspectief van de familie en de mensen met dementie voel ik mij geroepen om hier dieper op in te gaan. In mijn werk als coach en adviseur voor verpleeghuizen en familie van ouderen met dementie, heb ik namelijk ervaren hoe we elkaar kunnen helpen. De aannames die ik in het artikel lees, getuigen naar mijn idee van te weinig zicht op de werkelijke situatie en leiden zo tot te gemakkelijke conclusies betreffende de dementerende oudere en de familie. Want aan de andere kant hoor ik familie bijvoorbeeld ook zeggen: “Daar staan die verzorgenden weer met elkaar luidkeels te kletsen, en mijn moeder zit alleen aan tafel te verpieteren.” 

Echt leren kijken is de sleutel

Vaak krijgt de familie onvoldoende goede ondersteuning in het doorzien van de situatie en gaat het niet per definitie om acceptatie zoals in het krantenartikel wordt gesuggereerd. Het zou zoveel schelen als bijvoorbeeld een dochter leerde om écht te kijken naar de belevingswereld van haar vader en de vaardigheid krijgt om daar goed op te reageren. Als dit kijken wordt ontwikkeld, ontstaat er in verpleeghuizen vanzelf meer rust. Dat is de balans die we met elkaar proberen te bereiken. 

Hier een praktijksituatie vertelt door een dochter:

‘Toen mijn moeder en ik na een wandelingetje terug waren bij het gebouw van het tehuis, zei mijn moeder: “Waar zijn we hier?” Waarop ik antwoordde: “Hier woon jij”. Ik probeerde mijn moeder iets duidelijk te maken, maar merkte dat dat helemaal niet lukte en dat zij juist onrustiger en angstiger werd.

Later leerde ik van Karin dat ik in zulke situaties niet hoef te zeggen hoe het precies zit en ook niet van alles hoef uit te leggen. Die ingewikkelde informatie geeft alleen maar onrust. Voor mij maakt dit inzicht een wereld van verschil. Ik had vaak het gevoel dat ik moest zeggen hoe iets zat, zodat ik mijn moeder kon geruststellen. Maar daar zit natuurlijk een behoefte van mijzelf achter. Mijn moeder heeft door haar dementie iets heel anders van mij nodig: rust, vertrouwen en een ontspannen gevoel. Nu ik dat uitleggen heb losgelaten, is ons samenzijn veel zachter en rustiger geworden.’

Uit dit voorbeeld blijkt dat het niet gaat om ‘accepteren’, maar om ‘inzicht’. 

Inzicht is alles

De situatie met Covid-19 in de tehuizen doet ons inzien dat ons gedrag een grote invloed heeft op de bewoners. Met het sluiten van de deuren is dit probleem dus zichtbaarder geworden, maar hier ligt de oplossing niet in het weghouden van familie bij de bewoner. Een kalme sfeer is ook te bereiken mèt familie en vrijwilligers. In het artikel lees ik dat familie en vrienden ‘nog niet hebben geaccepteerd, dat de persoon die er ooit was niet meer bestaat’ en dat ‘rouwverwerking nodig is’. Volgens mij gaat het niet per sé om rouwverwerking en accepteren alleen, maar moeten we het breder bekijken. Het gaat om inzicht, kennis en vaardigheden die we aan elkaar moeten overdragen, want ook voor verzorgenden, de manager en alle andere betrokkenen is dat inzicht niet altijd vanzelfsprekend. Als iedereen meer inzicht krijgt, leidt dit tot meer evenwicht tussen levendigheid en kalmte voor de cliënten.

Verademing voor wie?
Laten we heel voorzichtig zijn in de aanname dat sommige bewoners van het verpleeghuis ‘blij’ zijn dat er nu niemand meer langskomt en dat het wel ‘lekker rustig’ is. Om te kunnen interpreteren dat het een verademing is voor de oudere met dementie moet je inzicht hebben in de mate van onder andere tijdsbesef, hechting met specifieke familieleden of überhaupt de mate waarin iemand zich bewust is van de omgeving en recente veranderingen. Rust is op zich natuurlijk prima, maar het stopzetten van dagactiviteiten en bezoek is niet per definítie rustgevend.

Of is het een verademing voor de medewerkers? Dat kan natuurlijk, alle begrip hiervoor, maar dan moet het dáárover gaan. Dan moeten we het hebben over hoe we het samen met familie zo prettig en gestroomlijnd mogelijk kunnen laten lopen en om welke reden het een verademing is voor de medewerkers, zodat we hen ook bij kunnen staan in zo efficiënt en prettig mogelijk zorg verlenen.

Graag nodig ik u uit om hier verder over door te praten in het belang van alle betrokkenen. 

Met vriendelijke groeten,
Karin Kuhlmann

www.konvida.nl

Een huisstijl aanpassen doe je niet zomaar. Het vraagt om een zorgvuldige afweging van zaken. Hoe wil je jezelf presenteren? Welke waarden zijn belangrijk? Wat is onze visie? En hoe vertalen we dat in een logo en huisstijl? Voorwaar geen eenvoudige opgave. Confronterend ook, want je stelt jezelf de vraag wie je bent en wie je wil zijn.

Aansluiten

We kwamen uit op een aantal termen die voor ons belangrijk zijn. Fris. Modern. Kleurrijk. Dynamisch en in beweging. Bovendien willen we aansluiten bij de waarden ‘actief betrokken’, ‘bruisend’, ‘steeds beter’ en ‘betrouwbaar’. Dat zijn de waarden die we graag willen uitstralen en waar we als organisatie voor staan. En ja, als onze klant en partner mag u ons daarop aanspreken!

Vertalen

Alles goed en wel, maar hoe vertaal je dat in een logo en huisstijl? Actief betrokken: dat zegt iets over beweging. De ringen in ons nieuwe logo omarmen elkaar en drukken zo betrokkenheid uit. De ringen die elkaar dragen, zorgen voor eenheid en betrouwbaarheid. De frisse kleuren zeggen iets over bruisen en energiek zijn. De opgaande lijnen ten slotte en de stip aan de horizon drukken uit dat we streven naar een steeds betere dienstverlening en een heldere blik. We zijn trots, zeker ook op onze klanten die we met raad en daad zo goed mogelijk van dienst zijn.

Nieuwsgierig!

Uiteraard zijn wij erg nieuwsgierig of onze boodschap goed overkomt. Laat het ons weten of informeer eens naar wat we voor u kunnen betekenen!

Dit is ons nieuwe logo!

Houd afstand. Houd contact. Voor veel ouderen, hun naasten en professionals is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Oud Geleerd Jong Gedaan en 1330 werken samen om die ouderen te bereiken die behoefte hebben aan ontmoeting, zingeving en cognitieve uitdaging. Juist in deze tijd. We vertellen u graag hoe we dat kunnen doen voor uw organisatie. 

 
OGJG: Online interactief college 
Oud Geleerd Jong Gedaan (OGJG) organiseert colleges die gegeven worden door studenten over hun eigen vakgebied. Nu ouderen niet samen kunnen komen om elkaar fysiek te ontmoeten is OGJG gestart met het aanbieden van interactieve online colleges waardoor ouderen ook in deze periode cognitief uitgedaagd blijven.   
 
1330: Online dialoog 

De dialoog van 1330activeert de hersenen op drie niveaus: er wordt kennis opgehaald en bijgebracht, meningen en ervaringen worden gedeeld en er wordt out of the box (en met humor) nagedacht over verschillende onderwerpen uit de thema's Nederlandse kunst & geschiedenis, Nederlandse cultuur & maatschappij, Wereldse tradities & wetenschap, Psychologie & filosofie. De online dialogen van 1330 zorgen ervoor dat deelnemers van elkaar leren en elkaar beter leren kennen. Al onze gespreksleiders zijn jongeren, op die manier verbinden we generaties door middel van gesprek.

Wat kunnen wij u bieden*


1. Pakket klein – kennismaking:
10 activiteiten 

  •    8 interactieve online colleges 
  •    2 online dialogen

Kosten: €275,- per online activiteit. Voor 10 stuks €2750,- 


2. Pakket medium:

20 activiteiten    

  • 12 interactieve online colleges  
  • 8 online dialogen 

Kosten: €250,- per online activiteit. Voor 20 stuks €5000,-

 

3. Pakket groot:

40 activiteiten 

  • 32 interactieve online colleges 
  • 8 online dialogen 

Kosten: €225,- per online activiteit. Voor 40 stuks €9000,- 

Wat u van ons kunt verwachten: 

  • Een concreet aanbod dat u online op korte termijn kunt aanbieden
  • Tijdens iedere online activiteit is er technische ondersteuning aanwezig 
  • Beproefde methodieken
  • Getrainde studentdocenten en gespreksleiders
  • Cognitief uitdagende activiteiten met voldoende interactie
Mocht u interesse of een vraag hebben, stuur dan een mail naar info@ogjg.nl

Met man en macht is de afgelopen maanden gewerkt om de zorg overeind te houden. Het verzuim in de zorg is traditioneel vrij hoog en dat is met het coronavirus in het land niet beter geworden. Maar werkgevers die medewerkers met een vast contract noodgedwongen meer dan 30 procent overuren hebben laten draaien, dreigden door een hogere WW-premie 'gestraft' te worden. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Heftig! Ik wil er graag meer over lezen!

 

Wij zijn Sovib

 
Sovib is gespecialiseerd in verzekeringen en diensten voor de zorgsector. Risico’s afdekken is één ding, ze inperken of beheersen is minstens zo belangrijk. Volgens ons is een verzekering een sluitstuk van een goed risicobeheer.

Opmerkelijk in de Zorg

Regelmatig verschijnen berichten in de media dat het ‘slecht gesteld is met de zorg’. Gebrek aan personeel, weinig aandacht en kwalitatief lage zorg. Kinderen van dementerende ouders worden enerzijds verwacht langdurig zelf voor hun ouders te blijven zorgen, maar zijn zelf ook huiverig hun ouders in een ‘tehuis te stoppen’.

Soms is die huivering niet onterecht. Ongezellige huiskamers waarin de tv de hele dag aan staat. Waar ouderen nauwelijks buiten komen. Waar eten, slapen, recreëren en zelfs toiletbezoek op vaste tijden is ingepland, ongeacht de wensen van het individu. Waar zorgverleners zich overwerkt voelen en plichtmatig hun dienst draaien. Die bewoners ‘lastig vinden’ als ze niet meewerken.

Mensen die in de zorg werkzaam zijn, doen dit overigens bijna altijd vanuit een oprecht positieve en liefdevolle motivatie, maar lopen uiteindelijk stuk op het gevoel dat de organisatie hen geen tot weinig ondersteuning en ontwikkelingsmogelijkheden biedt. Zehebben weinig tot geen verbinding met het grote plan van de organisatie en richten zich op de kleine problemen van alledag. Er wordt weinig met elkaar gesproken, naar elkaar geluisterd en onderling teamgevoel ontbreekt.

De directie en het bestuur wil op hun beurt een goede organisatie runnen met mensen die weten wat ze doen en waarom ze dat doen. Die met plezier naar hun werk gaan. Helaas weet het management in veel gevallen niet precies waar het verzorgend personeel tegenaan loopt. Ze zien het grote plaatje wel, maar kennen niet al die 100 kleine problemen waar het personeel dagelijks mee worstelt.

In veel zorginstellingen is zo in de loop der jaren een kloof ontstaan tussen het management, het personeel en de bewoners en hun familie. Hoewel gebrek aan geld vaak wordt aangewezen als boosdoener, kan een groot deel van dit probleem opgelost worden door het verbeteren van de communicatie en vergroten van begrip voor elkaars talenten en imperfecties.

Het gezamenlijke doel

Om goede zorg te kunnen bieden moet iedereen die met een cliënt te maken heeft één duidelijke koers varen. Om die koers te bepalen, is het goed om te weten waar je vandaan komt en waar je naartoe wilt. Karin Kuhlmann van Konvidahelpt alle betrokkenen tijdens de reis.

De doelstellingen zijn:

  • meer kennis en begrip van de belevingswereld van een dementerende oudere
  • meer begrip voor elkaar
  • meer rust en werkvreugde op de werkvloer
  • open communicatie tussen alle betrokkenen
  • betere leefomstandigheden voor de bewoners/cliënten
  • interne processen diebeter aansluiten op de behoeftes van de individuele bewoners
  • begrijpelijke doelstellingen die voor iedereen binnen de organisatie bekend en haalbaar zijn
  • zinvolle overleg-en rapportagestructuren
  • Deze doelen en de manier om deze te bereiken, worden in het werkplan concreet beschreven en verder uitgewerkt.
  •  
     

    De weg naar betere zorg

    Zoals eerder gezegd: om te weten waar je naartoe gaat, is het belangrijk om te weten waar je vandaan komt. Daarom begintKarinaltijd met het voeren van gesprekken om erachter te komen waar men tegenaan loopt. Vaak blijkt dat iedereen eigenlijk wel hetzelfde wil, maar niet de vaardigheden of kennis heeft om goed met de individuele behoeftes van de bewoners om te kunnen gaan. Vanuit de gesprekken zetten we de verdere koers uit. Hierin is aandacht voor een aantal onderwerpen:
     

    Kennis

    Bijna iedereen in de zorg heeft de oprechte intentie om goede zorg te bieden. Is het dan niet belangrijk dat iedereen weet welke zorg past bij deze kwetsbare groep mensen? Het dementerende brein is een slecht in kaart gebracht gebied met veel misleidende aanwijzingen en doodlopende paden. Om echt goede zorg te kunnen bieden, moet iedereen (dus ook het management en de familie) weten wat dementie is en begrijpen hoe een dementerende oudere de wereld beschouwt. In kennisbijeenkomsten vertelt Karinmeer over het effect van dementie op de hersenen en welke invloed dat heeft op iemands ‘zijn’.

    Persoonlijke uitdagingen

    Iedereen loopt tijdens het werk tegen zijn of haar persoonlijke blokkades en problemen aan. Deze zijn voor iedereen anders. Een verzorgende lukt het maar niet een boze bewoner onder de douche te zetten, terwijl een teamleider er maar niet achter komt hoe zij/hijhet stijgende ziekteverzuim onder de medewerkers moet oplossen. Toch is het belangrijk dat de manager en de verzorgende van elkaar weten waar ze mee worstelen. Het is de basis van samenwerking en begrip. Wie weet heeft de manager kennis of ervaring die waardevol is voor de verzorgende en vice versa.
     
    In kleine groepjes (maximaal 8 personen) gaan we dit soort obstakels in de praktijk aanpakken. Dit is heel concreet en leidt onmiddellijk tot verbetering. Het laat je meteen zien dat wanneer je met een andere blik en een andere aanpak een situatie instapt, het resultaat ook direct anders is. Het doel is: van elkaar leren en zoeken naar verbinding, maar ondertussen ook zelf groeien in je werk en je individuele vaardigheden vergroten. Het uitgangspunt is een veilige werkomgeving waarin je mag leren door fouten te maken of kwetsbaar te zijn. Afhankelijk van de grootte van de organisatie duurt dit proces enkele weken tot maanden.
  • Praten en luisteren

    Het is het goed om tijdens dit proces regelmatig de balans op te maken. Wat heb je tot nu toe geleerd? Tot welke inzichten ben je gekomen? Waarin zou jeje nog verder willen ontwikkelen? Wat is het gezamenlijke doel dat ons verbindt? Wanneer mogen wij van onszelf zeggen: “wij bieden dementerenden de best mogelijke zorg”? Welke koers willen we als organisatie nu écht varen? Op basis van de antwoorden bepalen we samen welke vervolgstappen nodig zijn om de uiteindelijke doelen te bereiken.
     

    Waarom Konvida?

    Konvida is afgeleid van de woorden ‘confidence’ en ‘vida’; vertrouwen en leven. Het is fijn wanneer iemand je helpt om te vertrouwen in jezelf en in je kunde en mogelijkheden. En te vertrouwen op elkaar. ‘Zorgen voor mensen’ gaat niet alleen over zorgen voor decliënten; het gaat ook over zorgen voor demedewerkers, decollega’s en de familie van de bewoners.
     
    Karin Kuhlmann heeft haar strepen in de zorg verdiend door haar jarenlange ervaring als communicatiedeskundige en adviseur binnen diverse zorginstellingen. Die praktijkervaring heeft haar veel inzicht en kennis gegeven. Door nu zelf ‘buiten’ de organisatie te gaan staan, heeft ze de mogelijkheid om ‘vanuit de helikopter’ te kijken naar de processen, de mensen en de kloof tussen management, personeel, cliënten en cliënten-netwerk.
     
    Karin wil met haar werk mensen bij elkaar brengen en het contact en vertrouwen in elkaar herstellen. Ze doet dit onder andere door met iedereen binnen de organisatiete praten en goed te luisteren. Waar liggen de verschillen, maar vooral: waar liggen de overeenkomsten?Haar inlevings-en analytisch vermogen helpen haar de problemen die zorgverleners ervaren, te doorgronden en te benoemen. Vervolgens reikt Karin kennis aan waarmee ze ‘een lastigebewoner’ opnieuw kunnen gaan zien als ‘een mens die zorg nodig heeft’. Met deze nieuwe inzichten voelen zorgverleners zich een stuk zekerder en gelukkiger in hun werk. Ze bieden zorg vanuit een positief gevoel en zonder dwang en stress. Door de communicatie open te zetten, komt er ruimte voor verbetering.
     
    Karin helpt zorginstellingen om mensen op een nieuwe manier te laten kijken en te groeien. Door een combinatie van onderwijs, 1-op-1 gesprekken en een werkplan dat voor iedereen helder en inzichtelijk is, worden blokkades opgelost en werkt iedereen weer samen aan hetzelfde doel: het bieden van de beste zorg.
     
    Graag maak ik met u een vrijblijvende afspraak om te zien wat uw organisatie nodig heeft om de kwaliteit van de zorg te verbeteren.
    Karin Kuhlmann telefoon:06 –44 57 21 12 

Vanaf 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Dat betekent dat u als kleinschalige zorgorganisatie bewuster om dient te gaan met (bijzondere) persoonsgegevens. Wat wordt er van u verwacht? 

  • U gaat aan de slag met alle AVG- stappen 
  • Opstellen van een verwerkingsregister 
  • Uitvoeren van de DPIA (wat is het, wanneer verplicht, inhoud rapportage)
  • Aanstellen van een functionaris voor de Gegevensbescherming 
  • Het sluiten van verwerkersovereenkomsten met leveranciers 

Kortom, er komt een hoop op u af als zorgondernemer. KenniZ ondersteunt u graag bij de implementatie van de AVG.

Voor Premium Leden bieden wij een gratis AVG-Scan aan. Waarbij de AVG-expert u (telefonisch) op gang helpt met de implementie, ondersteunt bij vragen en samen met u na gaat of u aan alle stappen van de AVG heeft voldaan. 

Heeft u interesse in deze AVG-Scan om u verder op gang te helpen? Laat hier uw gegevens achter en de expert neemt contact met u op. 

Invalid Input
Vul uw organisatie in
Vul een contactpersoon in
Vul een telefoonnummer in
Vul een geldig e-mailadres in
Invalid Input
Invalid Input

 

 

 

Deskundigheid van de ZorgCoach

Het KenniZ-centrum heeft beschikking over diverse deskundigen. Het deskundige-team bestaat uit (kwaliteit) verpleegkundigen, gezondheidswetenschappers en bedrijfskundigen, die zich richten op diverse zorgthema’s.

Waarom inzetten van een ZorgCoach?

  • Extra handjes en een ‘open blik’ om de zorgprocessen samen (her) in te richten
  • Door samen te leren en samen te doen, kom je tot vernieuwende inzichten
  • Je kan altijd terugvallen op de kennis & expertise van de deskundige
  • Stimulator voor meer werkplezier

Aan de slag met de ZorgCoach

Om je te helpen met jouw vraagstuk heeft het secretariaat een duidelijk beeld nodig en zal daarvoor een korte (telefonische) intake houden;  

  • Op basis hiervan legt het secretariaat contact met de gewenste deskundige;
  • De deskundige neemt vervolgens contact op met jou;  
  • Samen met de deskundige bepaal je zelf het traject waarin je extra ondersteuning wenst;
  • Tenslotte geeft de deskundige aan wat voor kostenplaatje er aan het traject hangt (KenniZ leden ontvangen korting);

Enkele voorbeelden van ondersteuningsvragen. 

  • Zorgleefplansystematiek (ZLP): Hoe schrijf ik een optimaal ZLP? Hoe hou ik mijn ZLP up to date? Hoe vertaal ik doelen naar acties? Hoe vertaal ik persoonlijke wensen van mijn bewoners in het ZLP?
  • MDO: Hoe geef ik het MDO vorm? Wie betrek ik allemaal bij een MDO? Hoe bereid ik deze zo optimaal mogelijk voor?  
  • Client/ familiegesprekken: Hoe ga ik in gesprek met de cliënt en diens familie?
  • Medicatie: Hoe zorg ik ervoor dat mijn personeel werkt volgens de medicatie keten?
  • Zorgoverleg: Hoe organiseer ik een optimaal zorgoverleg?
  • Verantwoorde personeelssamenstelling: Op welke wijze kan ik mijn personeel zo optimaal mogelijk inroosteren met behoud van kwaliteit van zorg?
  • HACCP: Hoe zorg ik ervoor dat mijn personeel gaat werken volgens de HACCP-richtlijnen?
  • Facilitair: Hoe optimaliseer ik de voeding/ schoonmaak/ legionella/ BHV-processen?
  • IGJ-eisen/ Kwaliteitskader: De IGJ komt langs, hoe bereid ik zo’n bezoek voor? Hoe implementeer ik de nieuwe eisen vanuit het kwaliteitskader?
  • Dagbesteding: Hoe creëer ik een dagbesteding programma op de wensen en behoeften van mijn bewoners?
  • Bezetting: Hoe geef ik een rondleiding? En zorg ik voor een hogere bezettingsgraad?
  • Personeel: Waar vind ik geschikt personeel? Hoe stimuleer ik de persoonlijke ontwikkeling van mijn personeel?

Wat kunt je verwachten van een ZorgCoach?

  • Je krijgt de kans om samen met de ZorgCoach te sparren over de veranderde wet- en regelgeving en komt direct tot implementatie voor op de werkvloer;
  • Je krijgt de mogelijkheid om samen met de ZorgCoach tot nieuwe inzichten te komen om kwaliteit & dienstverlening richting jouw bewoners en familie te optimaliseren; 
  • Je krijgt een op maat gemaakte ondersteuning van de ZorgCoach;
  • Je krijgt (in)direct input voor jouw kwaliteitsplan en kwaliteitsverslag;
  • Indien gewenst kan de ZorgCoach ook ingezet worden om de zorgcoördinatie tijdelijk te begeleiden;

Geïnteresseerd of vragen?

Vul een naam in
Vul een telefoonnummer in
Vul een geldig e-mailadres in
Invalid Input
Vul een bericht in
Vul de code in om uw aanvraag in te dienen:
Invalid Input

Onze expert Monique Wooning 

Mijn naam is Monique Wooning en naast mijn HBO opleiding als medisch microbiologisch analist heb ik de opleiding tot Deskundige Infectiepreventie afgerond. Naast mijn werk als deskundige infectiepreventie in een ziekenhuis ben ik ook werkzaam voor een grote netwerkorganisatie die verschillende woonvormen en diensten realiseert voor kwetsbare ouderen en chronisch zieken.Schermafbeelding 2019 05 29 om 15.21.38

Het is mijn ambitie om te helpen bij het vormgeven van het infectiepreventie beleid in zorg organisaties. Ik geloof dat, wanneer infectiepreventie slim wordt toegepast in de dagelijkse zorg, dit garant staat voor veilige zorg die gegeven wordt met aandacht. Dat is fijn voor iedereen. Veilig voor de cliënt en prettig voor de medewerker. Ik vind het fijn om daar een bijdrage in te mogen leveren.

Enthousiast, gedreven en verbinder zijn woorden die mij typeren. Het liefst houd ik mij bezig met het coachen en trainen van zorgprofessionals in het uitvoeren van de infectiepreventiemaatregelen. Eén op één of in groepen. Om mijn kennis op peil te houden volg ik zelf regelmatig een cursus of symposium. Daarbij kom ik veel verschillende leuke werkvormen en praktijktools tegen. Deze vertaal ik naar de onderwerpen waarover ik vragen krijg zodat de zorgprofessional daar in zijn of haar eigen organisatie zelf mee aan de slag kan. Het voordeel is dat de verschillende onderwerpen ècht deel worden van de dagelijkse praktijk èn van het team. Vervolgens kan ik ook helpen om de maatregelen in een kwaliteitscyclus te plaatsen zodat deze ook in de toekomst goed uitgevoerd zullen worden en aantoonbaar gemaakt kunnen worden in rapportages.

De zorg is continu in ontwikkeling waardoor regelmatig nieuwe situaties of vraagstukken op ons pad komen. Ook op het gebied van infectiepreventie. Die uitdaging ga ik graag met u aan. Ik zie ernaar uit om met u na te denken over de infectiepreventie vraagstukken in uw organisatie en hoop u snel te spreken of te ontmoeten.

Hartelijke groeten, Monique Wooning van www.VoorKomendeZorg.nl

Wil je graag informatie ontvangen of in gesprek komen met Monique? Laat hier je gegevens achter en wij bellen je zo snel mogelijk: 

Vul een naam in
Vul een telefoonnummer in
Vul een geldig e-mailadres in
Vul een bericht in
Invalid Input

ipad

Wil jij meer kennis voor jouw zorgonderneming?

Download de KenniZ app en ontvang elke dag het nieuws van de kleinschalige zorg. Ontdek het voordeel en sluit aan als zorgpartner van KenniZ.

MEER INFORMATIE EN AANSLUITEN

De partners van KenniZ

Schermafbeelding 2020 04 23 om 16.46.54

Schermafbeelding 2020 04 23 om 15.50.56

 

 

LOGOSOVIB 1

Schermafbeelding 2020 04 23 om 15.55.22

Schermafbeelding 2020 04 23 om 16.16.51

 

Schermafbeelding 2020 04 23 om 16.49.20

Schermafbeelding 2020 04 23 om 15.59.33 copy

Schermafbeelding 2020 04 23 om 15.58.54

Logo hd architecten